Toezichthouder

Gemeenten kunnen voor de uitoefening van handhavingstaken toezichthouders aanstellen.
Er zijn toezichthouders zonder opsporingsbevoegdheid en toezichthouders met opsporingsbevoegdheid, deze laatste worden buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) genoemd.

Artikel 1:2 lid 1, sub f, CAR-UWO is van toepassing op de toezichthouder zonder opsporingsbevoegdheid, die volgens wet- en regelgeving dient te worden aangesteld als ambtenaar.
Dit artikel maakt het mogelijk om deze toezichthouders als onbezoldigd ambtenaar aan te stellen zonder dat de CAR-UWO op hen van toepassing wordt en zonder dit te moeten melden aan het LOGA.
Hierdoor wordt het voor gemeenten mogelijk om deze toezichthouders in te huren via particuliere bureaus.

Artikel 1:2 lid 1, sub g, CAR-UWO is van toepassing op toezichthouders met opsporingsbevoegdheid, de zogenaamde BOA, die als onbezoldigd ambtenaar is aangesteld bij de gemeente.
Het betreft hier een uitzondering op de hoofdregel dat een BOA in beginsel in bezoldigde overheidsdienst moet zijn.
De Minister van Veiligheid en Justitie heeft echter voor een drietal bevoegdheden bepaald dat zij onbezoldigd mogen worden aangesteld bij de gemeente; het betreft de de punten 1.1 tot en met 1.3 van de domeinlijst. Hierdoor wordt het voor gemeenten ook mogelijk om deze BOA’s in te huren via particuliere bureaus. Alvorens gemeenten kunnen overgaan tot inhuur van dergelijke particuliere functionarissen, moet worden voldaan aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden hebben onder meer betrekking op de herkenbaarheid voor de burger als toezichthouder namens de gemeente, de instemming van de gemeenteraad en de lokale driehoek.

Zie voor meer informatie over toezichthouders de veelgestelde vragen op deze website, de ledenbrieven van het CvA van 30 september 2005 en 5 april 2007 alsmede de uitgebreide informatie op de website van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

.