Deskundigenoordeel

Inhoud second opinion

Bij verschil van mening over de ongeschiktheid tot werken kan bij het UWV een tweede mening, een 'second opinion', gevraagd worden. Dit deskundigenoordeel kan zowel door de werkgever als door de medewerker worden aangevraagd.

Inhoud deskundigenoordeel kan gaan over:

  • de mate van de ongeschiktheid tot werken;
  • de vraag of binnen de eigen gemeente passende arbeid te vinden is;
  • de vraag of de werkgever en de medewerker voldoende en geschikte re-integratieinspanningen hebben verricht.

Deskundigenoordeel over de mate van de ongeschiktheid tot werken

De bedrijfsarts beoordeelt in eerste instantie of de medewerker ziek is. Hierop wordt gebaseerd of er recht bestaat op doorbetaling van de bezoldiging. Als de medewerker in strijd met de mening van de bedrijfsarts niet werkt, kan de werkgever de bezoldiging stopzetten. Als de medewerker het niet eens is met de bedrijfsarts kan de medewerker een second opinion aanvragen bij het UWV. Hij vraagt dan een oordeel over de mate van ongeschiktheid tot werken. Het aanvragen van dit oordeel leidt niet tot een wijziging in de bezoldigingssituatie van de medewerker.

Als de werkgever de bezoldiging heeft gestopt omdat de medewerker tegen de mening van de bedrijfsarts in niet werkt, hoeft de bezoldiging dus niet opgestart te worden op het moment dat de medewerker een deskundigenoordeel aanvraagt. Ook de werkgever kan een deskundigenoordeel aanvragen als de bedrijfsarts de medewerker ziek acht en de werkgever het daarmee niet eens is. Uiteraard is het in zo'n situatie goed om eerst met de bedrijfsarts te overleggen.

De medewerker krijgt gelijk: nabetaling

Als de medewerker in de procedure van een deskundigenoordeel in het gelijk wordt gesteld (de arts van het UWV vindt dat de medewerker wél ziek is), moet de niet uitbetaalde bezoldiging alsnog worden uitbetaald.

Deskundigenoordeel over passende arbeid

Na 36 maanden kan een medewerker worden ontslagen wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Voorwaarde is wel dat de medewerker niet binnen de gemeente herplaatsbaar is. Als de medewerker het niet eens is met het oordeel van de werkgever dat er binnen de eigen organisatie geen passende functie te vinden is, kan hij daarover bij het UWV een deskundigenoordeel aanvragen. Het oordeel van het UWV zal een rol spelen in de ontslagprocedure, maar is niet van doorslaggevend belang. Uiteindelijk is het de werkgever die een besluit zal moeten nemen, waarbij hij alle relevante aspecten bij zijn besluit betrekt.

Deskundigenoordeel over re-integratieinspanningen

In het kader van de regels over preventie van ziekteverzuim en re-integratie hebben zowel de werkgever als de medewerker de plicht om re-integratieactiviteiten te ondernemen. Als de medewerker vindt dat de werkgever onvoldoende re-integratieactiviteiten onderneemt, kan hij daarover een second opinion vragen bij het UWV.

Het oordeel van het UWV over de re-integratieinspanningen van de werkgever speelt onder andere een rol bij de toekenning van een WIA-uitkering. Als het UWV namelijk van mening is dat de werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen niet is nagekomen of onvoldoende re-integratieinspanningen heeft verricht, kan de termijn waarbinnen de werkgever het loon moet doorbetalen zonder toekenning van een WIA-uitkering verlengd worden. Dit komt neer op een verlenging van de WIA-wachttijd. De termijn van de verlenging is maximaal 52 weken en wordt afhankelijk gesteld van de aard en ernst van het verzuim. De werkgever kan de medewerker tijdens deze sanctieperiode niet ontslaan.

Als de WIA-uitkering pas op een later tijdstip ingaat dan na 104 weken ziekte, kan op de door te betalen bezoldiging na 104 weken ziekte geen WIA-uitkering in mindering worden gebracht. Dit betekent dat de werkgever feitelijk na 104 weken ziekte een zwaardere financiële last draagt.

Ook de werkgever kan een deskundigenoordeel vragen over de re-integratie-inspanningen van de medewerker. Zo is de medewerker verplicht mee te werken aan de voorschriften die de werkgever hem oplegt, moet de medewerker meewerken aan de opstelling, evaluatie en bijstelling van het plan van aanpak over de re-integratie en moet de medewerker zich houden aan de regels uit het verzuimprotocol.

Deskundigenoordeel is niet bindend

De uitkomst van het deskundigenoordeel is niet bindend. Tegen de beslissing kan niet in beroep worden gegaan. Er kan ook geen tweede deskundigenoordeel worden aangevraagd, tenzij het om een andere situatie gaat. Mede op grond van een deskundigenoordeel neemt de werkgever een beslissing over bijvoorbeeld de doorbetaling van de bezoldiging. De medewerker kan daartegen bezwaar en beroep aantekenen. Het deskundigenoordeel zal op die manier door de rechter meegewogen worden.

Meer informatie