Arbodienst

Let op: de CAR-UWO is niet volledig actueel op dit punt. De Arbowet is in 2005 aangepast.

De werkgever heeft een zorgplicht met betrekking tot het bevorderen van een gezonde werkplek. Hij is op grond van de Arbowet verplicht om zich hierbij te laten bijstaan door deskundigen. Dit kan een externe arbodienst zijn, maar de werkgever kan ook eigen mensen tot arbodeskundige opleiden (de preventiemedewerker).

Functioneren arbodienst

De werkgever zal met de arbodienst afspraken moeten maken over het niveau van de dienstverlening. Deze afspraken worden vastgelegd in een contract.
Op grond van de Arbowet zal de werkgever de Arbodienst in ieder geval in de volgende situaties moeten inschakelen:

  • bij het beoordelen van de Risico-inventarisatie en -evaluatie (ri&e);
  • bij het verzuimbeleid;
  • bij het (vrijwillige) periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) voor medewerkers die werkzaam zijn in functies met een risico voor de gezondheid;
  • voor het instellen van een arbeidsomstandighedenspreekuur voor de medewerkers;
  • indien de werkgever wil overgaan tot een aanstellingskeuring.

Risico-inventarisatie en -evaluatie

De werkgever moet op grond van de Arbowet onderzoeken of het werk in zijn organisatie schade kan opleveren voor de gezondheid van de medewerkers.
Dit onderzoek heet een risico-inventarisatie en evaluatie (ri&e). De werkgever moet zich bij dit ri&e laten bijstaan door een arbodienst.

Consultatie arbodienst door medewerker

Als de medewerker dit wenst, moet hij de mogelijkheid krijgen om een arts van de arbodienst te raadplegen. Hiertoe wordt in de regel een spreekuur ingesteld.
De medewerker mag dit spreekuur tijdens werktijd bezoeken. Dit geldt alleen voor die gezondheidsklachten waarvan wordt vermoed dat er een relatie met het werk bestaat.
De arbo-arts is immers geen huisarts. Het is de taak van de arbo-arts knelpunten te signaleren en de medewerker of, wanneer de medewerker dat goedvindt, de werkgever hierover te adviseren.

Meer informatie