Overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst

Als de medewerker overlijdt na een ongeval in en door de dienst, hebben zijn nabestaanden recht op een overlijdensuitkering.
Dit is de overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst. Die komt bovenop de 'normale' overlijdensuitkering.

Hoogte van de uitkering

De hoogte van de overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst is één jaarbezoldiging. De werkgever betaalt deze uitkering als eenmalig bedrag uit.
Het refertejaar voor de hoogte van de jaarbezoldiging is het jaar voorafgaand aan de maand van het overlijden van de medewerker.
Eventuele ziekte van de medewerker in de referteperiode heeft geen invloed op hoogte van deze overlijdensuitkering. Ook niet als zijn bezoldiging gekort is onder toepassing van de regels voor loondoorbetaling bij ziekte.

Uitbetaling bij verzekering mogelijk hoger

Als het college een verzekering heeft afgesloten die tot uitkering komt in geval de medewerker overlijdt als gevolg van een ongeval in en door de dienst en die uitkering is hoger dan één jaarbezoldiging, dan krijgen de nabestaanden van de medewerker dit hogere bedrag. Als het bedrag dat de verzekeraar uitkeert lager is dan een jaarbezoldiging, hebben de nabestaanden toch recht op een uitkering ter hoogte van een jaarbezoldiging

Nabestaanden

De overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst wordt uitgekeerd aan de weduwe, weduwnaar of geregistreerd partner van de overleden medewerker.
Als de overledene geen weduwe, weduwnaar of geregistreerd partner nalaat, ontvangen zijn minderjarige (pleeg)kinderen de overlijdensuitkering. Als de medewerker ook geen kinderen heeft, dan wordt de uitkering niet uitgekeerd.

De uitkering is onbelast

De overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst is belastingvrij.