Werkingssfeer CAR-UWO

Toepassing CAR-UWO

Op personeel dat bij een gemeente werkt is de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO) van toepassing. Hierop bestaan enkele uitzonderingen. Op medewerkers die in dienst zijn bij de gemeente is de CAR-UWO van toepassing. Hiervoor maakt het niet uit of iemand een aanstelling heeft of een arbeidsovereenkomst.

Ook griffie valt onder CAR-UWO

De CAR-UWO is van toepassing op alle medewerkers die in dienst zijn van de gemeente. De griffier en de medewerkers van de griffie worden dan wel benoemd door de raad, dat neemt niet weg dat hun rechtspositie gelijk is aan die van de overige medewerkers.

Eerst lokaal vaststellen

  • De uitwerking in CAR-UWO-artikelen heeft lokaal pas rechtskracht als het college deze heeft overgenomen in de plaatselijke arbeidsvoorwaardenregeling.
  • Het college kan de uitvoeringsvoorschriften vaststellen uit de CAR-UWO of andere plaatselijk vastgestelde uitvoeringsregelingen met arbeidsvoorwaarden. Voorbeelden zijn een uitvoeringsregeling betaald en onbetaald buitengewoon verlof en een verplaatsingskostenregeling.
  • Daarnaast kan het college instructies vaststellen met betrekking tot de uitvoering van taken

CAR-UWO in zijn geheel niet van toepassing

Op de volgende medewerkers is de CAR-UWO in zijn geheel niet van toepassing, ondanks dat zij door het college of de gemeenteraad zijn benoemd:

  • onderwijzend personeel;
  • onderwijsondersteunend personeel als de onderwijsrechtspositieregeling op hen van toepassing is
  • een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand;
  • iemand met wie een contract is gesloten om op te treden als gemeentelijke belastingdeurwaarder of anderzins belast is met de heffing of invordering van gemeentelijke belastingen (wordt aangesteld als onbezoldigd ambtenaar);
  • de directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer die ook tot taak heeft gemeentelijke belastingen te innen (wordt aangesteld als onbezoldigd ambtenaar);
  • iemand met wie een contract is gesloten om op te treden als toezichthouder zonder opsporingsbevoegdheid (wordt aangesteld als onbezoldigd ambtenaar);
  • iemand die op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is bij het gemeentelijk bedrijf voor de sociale werkvoorziening en een indicatie heeft voor de sociale werkvoorziening, met uitzondering van degene met een indicatie die werkzaam is bij de gemeente in het kader van ‘begeleid werken;
  • iemand met wie een contract is gesloten om op te treden als toezichthouder met opsporingsbevoegdheid (wordt aangesteld als onbezoldigd ambtenaar). Voordat de toezichthouders met of zonder opsporingsbevoegdheid kunnen worden aangesteld als onbezoldigd gemeenteambtenaren, moet daarover in het lokale GO overeenstemming zijn bereikt of moet de lokale OR ermee hebben ingestemd
  • ambulancemedewerker.

Onderdelen CAR-UWO niet van toepassing

Op sommige medewerkers is niet de gehele CAR-UWO van toepassing. Dat geldt onder andere voor:

  • medewerkers met een arbeidsovereenkomst ingevolge artikel 2:5 CAR-UWO;
  • vakantiekrachten;
  • medewerkers hoofdzakelijk aangesteld ten behoeve van een wetenschappelijke of praktische opleiding;
  • medewerkers aangesteld in het kader van een door de overheid getroffen regeling.
  • de vrijwillige brandweer (hoofdstuk 19)

Op sommige medewerkers is niet de gehele CAR-UWO van toepassing

Dat geldt onder andere voor:

  • medewerkers met een arbeidsovereenkomst ingevolge artikel 2:5 CAR-UWO;
  • vakantiekrachten;
  • medewerkers hoofdzakelijk aangesteld ten behoeve van een wetenschappelijke of praktische opleiding;
  • medewerkers aangesteld in het kader van een door de overheid getroffen regeling.

Vrijstelling van de CAR-UWO

Voor bepaalde groepen medewerkers is het mogelijk van onderdelen van de CAR-UWO af te wijken. Daarbij gaat het om nader te bepalen hogere functies en voor medewerkers van bijzonder omschreven projecten.

  • Afwijking is mogelijk van de salaristabel, de ontslagbepalingen en de bovenwettelijke uitkeringsregeling bij werkloosheid. Ook hoeft de gemeente bij de aanstelling geen rekening te houden met de bepalingen over het maximaal aantal tijdelijke aanstellingen en de maximumduur van de tijdelijke aanstelling voordat deze wordt omgezet in een vaste aanstelling.
  • Een voorwaarde voor deze afwijkingsmogelijkheid is dat plaatselijk met de vakorganisaties overleg moet plaatsvinden over de criteria waaraan functies moeten voldoen om voor de vrijstelling in aanmerking te komen.
  • Ook moeten de functies die voor vrijstelling in aanmerking komen worden bepaald. Ook over de wijze waarop wordt afgeweken van de voorschriften over het aantal tijdelijke aanstellingen en de maximumduur, van de salaristabel, de ontslagbepalingen en de bovenwettelijke uitkeringsregeling bij werkloosheid moet overleg worden gevoerd.

Overige car-uwo mogelijkheden tot uitsluiting

De werkgever kan besluiten dat de hele arbeidsvoorwaardenregeling of delen daarvan niet van toepassing zijn voor sommige medewerkers of groepen medewerkers die niet specifiek beschreven zijn in de CAR-UWO en daarom niet (deels) buiten de CAR-UWO vallen. Als de werkgever dat wil moeten er wel bijzondere redenen aanwezig zijn. Wanneer de werkgever van plan is zo'n besluit te nemen, moet daarover overeenstemming bestaan in het lokale georganiseerd overleg met de bonden (GO).

Meer informatie