Reparatie-uitkering

Voorwaarden reparatie-uitkering

  1. De medewerker heeft recht op een reparatie-uitkering wanneer:
    • de werkloosheid aansluitend op de WW-uitkering voortduurt; of
    • de WW-opbouw lager is bij een arbeidsverleden vanaf 10 jaar op grond van de WW, dan zou hebben gegolden op grond van WW op 31 december 2015; of
    • een WW-uitkering met een kortere duur is toegekend op grond van de WW, dan zou hebben gegolden op grond van de WW op 31 december 2015.
  2. De ambtenaar legt de benodigde gegevens en informatie van het UWV aan de gemeente over die van invloed zijn op het recht, de hoogte en de duur van de reparatie-uitkering.
Ad 1
Uit de reikwijdtebepaling blijkt dat geen groepen medewerkers van de CAR-UWO zijn uitgesloten. Bij iedere medewerker die een (gekort) salaris heeft, wordt de werknemerspremie ingehouden van het salaris. Als er geen salaris wordt uitbetaald (bijv. door korting) of de medewerker niet onder de reikwijdte van de CAR-UWO valt, dan wordt er dus geen werknemerspremie ingehouden.

 

Ad 2
Voor de levering van gegevens moet gedacht worden aan de betalingsberichten van het UWV, gegevens over werkhervatting of sanctiebesluiten van het UWV. Er is voor deze gegevenslevering zoveel mogelijk aangesloten bij de procedure zoals deze bij het UWV geldt. Deze voorwaarde is opgenomen zodat de hoogte van de uitkering bepaald kan worden en ter controle van sancties die door het UWV kunnen worden opgelegd. De werkgever kan zich aanmelden voor de Financiële Informatie Voorziening van UWV waarop deze gegevens te vinden zijn.

NB: de reparatie-uitkering is niet gebonden aan ontslaggronden van artikel 8:3, 8:6 CAR-UWO (hoofdstuk 10d), maar is van toepassing als sprake is van werkloosheid in de zin van de WW.

Hoogte reparatie-uitkering

De reparatie-uitkering is gelijk aan de hoogte van de WW-uitkering. Bij de reparatie-uitkering wordt dus, net als bij de WW-uitkering, rekening gehouden met het gemaximeerd dagloon. Voor de hoogte van de reparatie-uitkering kan de werkgever de laatste WW-beschikking van het UWV gebruiken. De reparatie-uitkering bedraagt maximaal 70% van het gemaximeerde SV-loon. Als de medewerker die een reparatie-uitkering geniet en tevens recht heeft op de aanvullende uitkering op grond van hoofdstuk 10d CAR-UWO, dan komt de aanvullende uitkering bovenop de reparatie-uitkering.

Naar rato van mate werkloosheid

Bij gedeeltelijke werkloosheid wordt de reparatie-uitkering berekend naar rato van het aantal uren werkloosheid. De methodiek van de urenverrekening wordt gehanteerd en niet de methodiek van inkomstenverrekening.

Voorbeeld
Rick had een baan voor 36 uur bij gemeente X, maar wordt in maart 2019 ontslagen. Hij heeft recht op een volledige WW-uitkering en ontvangt deze ook volledig. Na afloop van de WW-uitkering (na 24 maanden), is hij nog steeds werkloos. Hij voldoet aan de voorwaarden en ontvangt een reparatie-uitkering. Er zijn geen sancties door de werkgever of UWV opgelegd. Na ingang van de reparatie-uitkering vindt hij een baan voor 20 uur per week. Zijn reparatie-uitkering wordt gebaseerd op de resterende werkloosheid van 16 uur. De hoogte van de reparatie-uitkering bedraagt 16/36e x de hoogte van de WW-uitkering als ware deze is voortgezet.

Duur reparatie-uitkering

De duur van de reparatie-uitkering is gelijk aan het verschil tussen de duur van de WW-uitkering op 31 december 2015 en de duur van de WW-uitkering op of na 1 januari 2016. Het uitkeringsrecht heeft een maximale duur van 14 maanden.

De opbouw van de reparatie-uitkering voor de ambtenaar die met meer dan 10 jaar arbeidsverleden werkloos wordt, bedraagt een halve maand per aantal jaren in dienstbetrekking.
De opbouw van de reparatie-uitkering voor de ambtenaar die met meer dan 24 jaar arbeidsverleden werkloos wordt, bedraagt een maand per verstreken kalenderkwartaal.

Voorbeeld
Janine werkt sinds 1 januari 2000 onafgebroken in de gemeentelijke sector. Zij is daar op haar 18e begonnen. Per 1 augustus 2018 wordt zij ontslagen. Over alle kalenderjaren vóór 2016 blijft de oude opbouw van de WW gelden. Over alle kalenderjaren ná 2016 wordt maar een halve maand WW opgebouwd. Janine heeft immers op 1 januari 2016 al meer dan 10 jaar arbeidsverleden. De WW-duur van Janine is daardoor 17 maanden (terwijl het conform de oude WW-regels 18 maanden zou zijn). De WW duurt 17 maanden. Het gat van 1 maand minder opbouw wordt op grond van artikel 10c:4 CAR-UWO gerepareerd door de reparatie-uitkering, waardoor de totale duur van de WW-uitkering inclusief reparatie-uitkering alsnog uitkomt op 18 maanden.

Afkoop reparatie-uitkering

De medewerker kan eenmalig, aan het begin van de reparatie-uitkering een verzoek doen bij de werkgever tot afkoop van de reparatie- uitkering. De werkgever bepaalt de hoogte van het afkoopbedrag en de voorwaarden waaronder de afkoop plaatsvindt .Mochten de werkgever en de medewerker het niet eens worden over de hoogte van het afkoopbedrag, vallen zij terug op de normale regels over hoogte en duur van de reparatie- regeling.

Herleving reparatie-uitkering bij ontslag

De reparatie-uitkering herleeft wanneer –gelijk aan het WW-regime- de medewerker nog geen nieuw WW-uitkeringsrecht heeft opgebouwd door aanvaarding van het nieuwe dienstverband bij een (andere) werkgever. Deze situatie kan zich voordoen als de medewerker na aanvaarding van een nieuw dienstverband niet voldoet aan de referte-eis, waarbij de medewerker in de 36 weken voorafgaand aan zijn of haar werkloosheid, tenminste 26 weken moet hebben gewerkt. In voorgaande situatie herleeft op verzoek van de ambtenaar het recht op reparatie-uitkering.

De werkgever stelt zelf het recht op herleving vast of op verzoek van de werknemer. De reden hiervoor is dat het UWV geen rol heeft in de reparatie-uitkering. Indien een uitkeringsrecht op reparatie-uitkering herleeft, heeft de medewerker recht op de resterende duur van het uitkeringsrecht.

Sancties reparatie-uitkering

Het college heeft de bevoegdheid om sanctiebeleid op te stellen voor de reparatie-uitkering en openbaar te maken. Het college kan daarbij sancties opleggen van overeenkomstige toepassing aan het sanctiebeleid van het UWV, tenzij en behoudens voor zover daarvan in het besluit wordt afgeweken. Onderdeel van de sanctieregeling is de plicht die de ambtenaar heeft om het college te informeren over alles wat van invloed kan zijn op het recht, de hoogte en de duur van de reparatie-uitkering.

Voorbeeld
Mark geniet een volledige reparatie-uitkering van 70% van zijn maandelijkse SV-loon (als ware de WW-uitkering voortgezet). De werkgever heeft zelf een sanctiebeleid van de reparatie-uitkering vastgesteld en openbaar gemaakt en legt voor de duur van 4 maanden een sanctie op van 10% op de reparatie-uitkering. Hij krijgt dus 4 maanden lang 60% van zijn SV-maandloon.

Einde reparatie-uitkering

De reparatie-uitkering eindigt wanneer de uitkeringsduur is verstreken. De reparatie-uitkering eindigt ook op de dag waarop de werkloosheid eindigt, of op de dag waarop de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Tot slot eindigt de reparatie-uitkering – gelijk aan het WW-regime- na een periode van 13 weken van voortdurende arbeidsongeschiktheid door ziekte.

Premie reparatie-uitkering

Er wordt een werknemerspremie ingehouden op het (bruto)salaris van de werknemer. De hoogte van de werknemerspremie wordt vastgesteld op 0,1% van het salaris en toegekende salaristoelage(n). De hoogte van premie is gemaximeerd op het maximumdagloon bedoeld in artikel 17 Wet financiering sociale verzekeringen. De reden hiervoor is dat de reparatie-uitkering ook maximaal 70% van het SV-loon bedraagt.

Geen verplichte afdracht

De werkgevers dragen de ingehouden werknemerspremies niet af aan private partijen, zoals bijvoorbeeld SPAWW, uitvoerder derde jaar WW in de marktsector. Er zijn geen afspraken gemaakt hoe de werkgevers de ingehouden werknemerspremie moeten aanwenden. Het advies aan de werkgevers is om de ingehouden werknemerspremie op te nemen in een voorziening op de gemeentebegroting ,zodat helder is waar het derde jaar WW uit gefinancierd kan worden.