Nawettelijke uitkering

Voorwaarden nawettelijke uitkering bij ontslag

De medewerker heeft recht op een nawettelijke uitkering als hij voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • de werkloosheid duurt aansluitend aan de WW voort;
  • de medewerker heeft recht gehad op een aanvullende uitkering;
  • de medewerker overlegt voor iedere betaling alle gegevens aan de werkgever die van invloed kunnen zijn op de hoogte van zijn nawettelijke uitkering.

Bij ontslag op grond van ongeschiktheid/onbekwaamheid ontstaat alleen recht op een nawettelijke uitkering als het ontslag gelegen is in omstandigheden binnen de werksfeer. De medewerker mag zelf geen schuld hebben aan de ongeschiktheid of onbekwaamheid. Ook tijdens de nawettelijke uitkering is het de bedoeling dat gewerkt wordt aan de re- integratie. De afspraken over re-integratie inspanningen kunnen in een re-integratieplan worden vastgelegd.

Hoogte nawettelijke uitkering bij ontslag

De hoogte van de nawettelijke uitkering is gelijk aan de hoogte van de WW-uitkering. Bij de nawettelijke uitkering wordt dus, net als bij de WW-uitkering, rekening gehouden met het gemaximeerd dagloon. Voor de hoogte van de WW-uitkering kan de werkgever de laatste WW-beschikking van het UWV gebruiken. De gemeente kan zich aanmelden voor de Financiële Informatie Voorziening van UWV. Via deze site kan, op individueel niveau, het verloop van de uitkering worden bekeken.

Verrekening inkomsten

De nawettelijke uitkering wordt gebaseerd op het aantal uren dat de medewerker werkloos is.
Voorbeeld
Edo had een baan voor 36 uur. Na ingang van de nawettelijke uitkering vindt hij een baan voor 20 uur per week. Zijn nawettelijke uitkering wordt gebaseerd op de resterende werkloosheid van 16 uur. De nawettelijke uitkering en het inkomen dat de medewerker uit arbeid ontvangt, mag de 90% van de oude bezoldiging niet overschrijden. Het meerdere wordt gekort op de nawettelijke uitkering.

Duur nawettelijke uitkering

De duur van de nawettelijke uitkering is afhankelijk van de leeftijd en de diensttijd in de gemeentelijke sector. De gemeentelijke sector bestaat uit de gemeenten en de gemeenschappelijke regelingen die de CAR van toepassing hebben verklaard. De berekening van de duur is één maand per vol dienstjaar, waarbij;

  • volle dienstjaren voor de leeftijd van 40 tellen voor 1,4;
  • volle dienstjaren vanaf de leeftijd van 40 tot de leeftijd van 50 tellen voor 2;
  • volle dienstjaren vanaf de leeftijd van 50 tellen voor 3.

Voorbeeld
René werd op 1 oktober 2008 40 jaar. Hij heeft in de leeftijdscategorie tot 40 jaar 10 dienstjaren en 1 maand (van 1 september 1998 tot 1 oktober 2008). Deze dienstjaren tellen voor de duur van de nawettelijke uitkering 1,4 keer mee. De dienstjaren worden afgerond op volle dienstjaren dus het wordt 10 dienstjaren x 1,4 = 14 maanden recht op de nawettelijke uitkering. Voor de dienstjaren na het 40ste jaar telt de periode van 1 oktober 2008 tot 1 juni 2009. Omdat dit geen vol dienstjaar is worden deze maanden niet meegeteld in de totale duur van de nawettelijke uitkering. Dus hij heeft recht op 14 maanden nawettelijke uitkering.

Afkoop nawettelijke uitkering

De medewerker kan eenmalig, aan het begin van de nawettelijke uitkering een verzoek doen bij de werkgever tot afkoop van de nawettelijke uitkering. De werkgever bepaalt de hoogte van het afkoopbedrag en de voorwaarden waaronder de afkoop plaatsvindt.
Mochten de werkgever en de medewerker het niet eens worden over de hoogte van het afkoopbedrag, vallen zij terug op de normale regels over hoogte en duur van de nawettelijke regeling.

Sanctie nawettelijke uitkering

De werkgever kan tijdens de nawettelijke uitkering sancties opleggen. Hiervoor wordt door de werkgever een sanctiebeleid opgesteld. Een reden om te sanctioneren is dat de medewerker nalaat de werkgever te informeren over alles wat van invloed kan zijn op de duur en hoogte van de nawettelijke uitkering.

Einde nawettelijke uitkering

Als de uitkeringsduur is verstreken, eindigt de nawettelijke uitkering. Deze eindigt ook als de werkloosheid eindigt, omdat de medewerker bijvoorbeeld een andere baan heeft gevonden.
Als door werkhervatting een werkloosheid resteert van minder dan 5 uur of minder dan de helft van zijn oorspronkelijke arbeidsduur per week eindigt de werkloosheid en eindigt dus ook de nawettelijke uitkering.
De nawettelijke uitkering eindigt altijd op de eerste dag volgend op de maand waarin de medewerker de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. De medewerker kan dan zijn ouderdomspensioen laten ingaan.

Ontslagen vóór 1 juli 2008

Voor medewerkers die zijn ontslagen voor 1 juli 2008 gelden andere regels. Voor meer informatie hierover klik hier.