Aanvullende uitkering

Als de re-integratiefase of VWNW-traject afloopt zonder volledige werkhervatting kan recht bestaan op een aanvullende uitkering.

Voorwaarden aanvullende uitkering bij ontslag

Er is recht op een aanvullende uitkering als de medewerker:

  1. op grond van reorganisatie of ongeschiktheid/onbekwaamheid is ontslagen;
  2. de re-integratiefase of het VWNW-traject heeft doorlopen en zich aan de afspraken uit het re-integratieplan of VWNW-contract heeft gehouden;
  3. recht heeft op een WW-uitkering en deze ook daadwerkelijk ontvangt;
  4. voor iedere betaling van de aanvullende uitkering alle gegevens aan de werkgever overlegt die van invloed kunnen zijn op de hoogte van zijn aanvullende uitkering.

 

Ad 3
Als er geen recht bestaat op WW is er dus ook geen recht op een aanvullende uitkering.

Ad 4
Voor de levering van gegevens moet gedacht worden aan de betalingsberichten van het UWV, gegevens over werkhervatting of sanctiebesluiten van het UWV. Er is voor deze gegevenslevering zoveel mogelijk aangesloten bij de procedure zoals deze bij het UWV geldt. Deze voorwaarde is opgenomen zodat de hoogte van de aanvulling bepaald kan worden en ter controle van sancties die door het UWV kunnen worden opgelegd. De werkgever kan zich aanmelden voor de Financiële Informatie Voorziening van UWV waarop deze gegevens te vinden zijn.

Voortzetting re-integratieactiviteiten

Om in aanmerking te komen voor een aanvullende uitkering dient de werkloze medewerker ook recht te hebben op een WW-uitkering. Ontvangt de werkloze medewerker een WW-uitkering dan is de werkgever op grond van artikel 72a WW verantwoordelijk voor de re-integratie van de werkloze medewerker. Het UWV heeft dus geen bemoeienis met de uitvoering van de re-integratieactiviteiten van de ex-medewerker. De werkloze medewerker is verplicht mee te werken aan de re-integratieactiviteiten van de voormalige werkgever. De afspraken uit het re-integratieplan kunnen, al dan niet in gewijzigde vorm, voortgezet worden.

Hoogte aanvullende uitkering bij ontslag

De aanvullende uitkering kent twee fases, het eerste jaar en de periode erna. De hoogte van de aanvulling is een bepaald percentage van de laatste bezoldiging van de medewerker. De bezoldiging is gedefinieerd als de bezoldiging die iemand in de 12 maanden voorafgaand aan de re-integratiefase gemiddeld ontving, vermeerderd met vakantietoelage en eindejaarsuitkering.

Eerste fase

De aanvullende uitkering is gedurende het eerste jaar voor de medewerker met een bezoldiging:

  • tot € 4.375,- 10% van zijn bezoldiging;
  • vanaf € 4.375,- tot € 5.250,- 20% van zijn bezoldiging;
  • vanaf € 5.250,- 30% van zijn bezoldiging.

 

Tweede fase

Ook na het eerste jaar wordt aan medewerkers met een oorspronkelijke bezoldiging boven € 4.375,- een aanvullende uitkering verstrekt van 10%, 20% of 30% van de oorspronkelijke bezoldiging. De bezoldigingsbedragen waarbij genoemde percentages worden uitgekeerd liggen echter hoger dan tijdens de eerste fase van de aanvullende uitkering. Het totaalinkomen (WW-uitkering plus aanvullende uitkering) tijdens deze fase is daardoor lager dan in de eerste fase. Medewerkers met een oorspronkelijke bezoldiging lager dan € 4.375,- ontvangen na het eerste jaar dus geen aanvullende uitkering meer. De aanvullende uitkering is gedurende de periode na het eerste jaar voor de medewerker met een bezoldiging:

  • vanaf € 4.375,- tot € 5.250,- 10% van zijn bezoldiging;
  • vanaf  € 5.250,- tot  € 6.560,- 20% van zijn bezoldiging
  • vanaf € 6.560,- 30% van zijn bezoldiging.

 

Naar rato van mate werkloosheid

De aanvullende uitkering is gebaseerd op het aantal uren werkloosheid. Dit geldt ook wanneer de medewerker gedurende de aanvullende uitkering een deeltijdbetrekking aanvaardt, waardoor hij voor minder uren werkloos wordt.

Voorbeelden
Wim wordt volledig ontslagen uit een betrekking van 36 uur. Hij ontvangt een aanvullende uitkering van 10% (of 20% of 30% ) van zijn bezoldiging. Marijke wordt uit een betrekking van 36 uur voor slechts 18 uur ontslagen. Zij ontvangt een aanvullende uitkering van 18/36 maal 10% (of 20% of 30% ) van haar bezoldiging.

Duur aanvullende uitkering bij ontslag

Het recht op de aanvullende uitkering bestaat zolang de WW-uitkering duurt.

  • De eerste fase van de aanvullende uitkering duurt 12 maanden. Hiervoor wordt gerekend vanaf de dag na de dag van ontslag.
  • De tweede fase van de aanvullende uitkering volgt direct na afloop van de eerste fase en duurt tot het einde van WW-uitkering.

 

Herleving aanvullende uitkering bij ontslag

De aanvullende uitkering herleeft, als de werkloosheidsuitkering op grond van de Werkloosheidswet herleeft. De uitkering vloeit voort uit de aanstelling of arbeidsovereenkomst met de gemeente. Omdat de duur van de eerste fase van de aanvullende uitkering gekoppeld is aan de dag van ontslag, geldt de herleving van de eerste fase van de aanvullende uitkering alleen als de WW-uitkering herleeft binnen 12 maanden na de ingangsdatum van ontslag. De eerste fase wordt dus niet opgeschort met de periode waarin geen WW-uitkering is ontvangen. De resterende tijd van de WW-uitkering wordt de hoogte van de tweede fase uitbetaald.

Sancties aanvullende uitkering bij ontslag

Als het UWV besluit een sanctie op te leggen op de WW-uitkering, leidt dit tot een evenredige sanctie op de aanvullende uitkering. Als door UWV bijvoorbeeld een sanctie wordt opgelegd van 10% gedurende 3 maanden, wordt ook de aanvullende uitkering voor 3 maanden gekort met 10%. Als de WW-uitkering bij wijze van sanctie voor een aantal maanden wordt beëindigd, gebeurt ditzelfde met de aanvullende uitkering. Met deze sancties wordt de medewerker gestimuleerd om zijn verplichtingen op grond van de Werkloosheidswet na te komen.

Voorbeelden
Mark heeft een aanvullende uitkering van 20%. Het UWV legt voor de duur van 4 maanden een sanctie op van 10% op de werkloosheidsuitkering. Dit betekent dat ook zijn aanvullende uitkering voor 4 maanden met 10% wordt gekort. Hij krijgt dus 4 maanden lang 18% in plaats van 20%. De WW-uitkering van Esther wordt voor 5 maanden beëindigd. Haar aanvullende uitkering stopt ook gedurende 5 maanden. Naar aanleiding van een sanctie door het UWV kan de werkgever besluiten om het recht op de na-wettelijke uitkering te laten vervallen. Of de werkgever hiertoe overgaat is een lokaal afgewogen keuze. Voor de toepassing van sancties stelt de werkgever een sanctiebeleid op.

Einde aanvullende uitkering

De aanvullende uitkering eindigt wanneer de uitkeringsduur is verstrekken. Aangezien de aanvullende uitkering is gekoppeld aan de WW-uitkering zal deze dus nooit een langere duur kennen dan de WW-uitkering.Voor medewerkers die zijn ontslagen voor 1 juli 2008 gelden andere regelingen. Voor informatie hierover klik hier .