Zwangerschaps- en bevallingsverlof

Als de medewerkster zwanger is, heeft zij recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof. Dit verlof bedraagt in totaal tenminste 16 weken. Het zwangerschapsverlof is het verlof tot aan de dag na de feitelijke bevalling. Het bevallingsverlof gaat in op de dag na de bevalling.

Duur van het verlof

Het zwangerschapsverlof duurt tenminste vier weken en maximaal zes weken tot aan de datum van de bevalling. Het bevallingsverlof duurt ten minste 10 weken en ten hoogste 12 weken na de datum van de bevalling. Als de bevalling eerder of later plaatsvindt dan was verwacht, kan dit invloed hebben op de totale duur van het verlof. De bepalingen in de Wazo m.b.t. het zwangerschaps- en bevallingsverlof zijn voor het laatst gewijzigd op 1 januari 2015 (Stb. 2014, 565), Daarbij is geregeld dat bij ziekenhuisopname van de baby het bevallingsverlof wordt verlengd, en dat bij overlijden van de moeder het resterende bevallingsverlof overgaat naar de partner. Verder kan het bevallingsverlof vanaf de 6e week na de bevalling gespreid worden opgenomen.

Verdeling van het verlof

De medewerkster moet tijdig aangeven vanaf wanneer zij met zwangerschapsverlof gaat. Daarmee maakt zij dus een keuze voor de verdeling tussen het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Het zwangerschapsverlof kan vanaf zes weken voor de verwachte bevalling ingaan.In dat geval zijn er nog 10 weken over voor het bevallingsverlof. Het zwangerschapsverlof moet wel uiterlijk vier weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum ingaan. In dat geval resteren er nog 12 weken voor het bevallingsverlof. Elke andere keuze binnen deze randvoorwaarden is mogelijk. Op het moment dat de medewerkster heeft gekozen voor een verdeling, ligt deze verdeling ook vast. Bij de aanvraag voor zwangerschaps- en bevallingsverlof moet de medewerker met een verklaring van een arts aangeven, wanneer zij verwacht te bevallen.

De medewerkster bevalt: gevolgen voor duur en verdeling verlof

Als de medewerkster precies op de verwachte bevallingsdatum bevalt zijn er geen gevolgen voor de duur en de verdeling van het verlof.

De medewerkster bevalt eerder

Als de medewerkster eerder bevalt dan de verwachte bevallingsdatum wordt het resterende zwangerschapsverlof bij het bevallingsverlof opgeteld. De totale duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof blijft hiermee gelijk.

  • Voorbeeld
    Caroline heeft gekozen voor 6 weken zwangerschapsverlof en 10 weken bevallingsverlof. De bevalling vindt echter na 5 weken zwangerschapsverlof plaats. De resterende week wordt bij het bevallingsverlof opgeteld, zodat dit verlof 11 weken duurt.

De medewerkster bevalt later

Als de medewerkster later bevalt dan de verwachte bevallingsdatum, heeft dit geen invloed op de gekozen duur van het bevallingsverlof. De totale duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt langer.

  • Voorbeeld
    Caroline heeft gekozen voor 5 weken zwangerschapsverlof en 11 weken bevallingsverlof. De bevalling vindt echter pas na 6 weken plaats. Caroline behoudt het recht op 11 weken bevallingsverlof. De totale duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt dan 17 weken.

Ziek voor aanvang zwangerschapsverlof

Als de medewerkster ziek is binnen zes weken voorafgaand aan de verwachte bevallingsdatum, maar het zwangerschapsverlof is nog niet ingegaan, wordt het zwangerschapsverlof geacht te zijn ingegaan op het moment dat de medewerker ziek is geworden, maar niet eerder dan 6 weken voor de verwachte bevallingsdatum.

  • Voorbeeld
    Caroline heeft gekozen voor 4 weken zwangerschapsverlof en 12 weken bevallingsverlof. 5 weken voor de verwachte bevallingsdatum wordt zij ziek. Zij bevalt wel op de verwachte bevallingsdatum. In dat geval wordt 1 week in mindering gebracht op het gekozen bevallingsverlof. Het zwangerschapverlof duurt nu 5 weken. Het bevallingsverlof duurt dan nog 11 weken.

Doorbetaling salaris en uitkering Wet arbeid en zorg

Tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof worden het salaris en toegekende salaristoelage(n) volledig doorbetaald. De medewerkster is wel verplicht om mee te werken met het aanvragen van een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg (Wazo) bij het UWV. Daarnaast is zij verplicht om de uitkering rechtstreeks aan de werkgever te laten uitbetalen. Indien de medewerkster niet meewerkt bij het aanvragen van een Wazo-uitkering, of deze uitkering wordt door toedoen van de medewerkster niet of slechts gedeeltelijk uitbetaald, hoeft de werkgever het salaris en toegekende salaristoelage(n) slechts door te betalen voor zover deze de uitkering te boven zou zijn gegaan. De werkgever maakt daarvoor een fictieve berekening van de Wazo-uitkering.

Meer informatie