Recht op vakantie

Iedere medewerker heeft recht op ten minste 158,4 uur vakantie per jaar met behoud van bezoldiging. Dit aantal uren is gebaseerd op een voltijdsbetrekking.

Deeltijdbetrekking en seniorenregeling

Voor een medewerker met een deeltijdbetrekking wordt het aantal van 158,4 naar evenredigheid berekend. De vakantie van medewerkers die van de seniorenregeling gebruik maken wordt naar evenredigheid verminderd.

Niet gedurende het hele jaar in actieve dienst

  • Wanneer iemand in de loop van een kalenderjaar in dienst treedt of ontslagen wordt, heeft hij recht op een aantal vakantieuren naar rato van de tijd dat hij zijn betrekking vervult.
  • Wanneer een medewerker om andere redenen dan ziekte niet gedurende een vol kalenderjaar zijn betrekking vervult, wordt de duur van de vakantie naar evenredigheid verminderd.
    Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan (gedeeltelijk) betaald of onbetaald verlof, schorsing of non-activiteit.

Vermeerdering vakantie

De werkgever kan een regeling vaststellen die medewerkers op basis van volbrachte diensttijd of bereikte leeftijd extra vakantie-uren toekent. Het recht op vermeerdering van vakantie vervalt met ingang van de dag waarop de medewerker gebruik maakt van de FPU-gemeenten.
Medewerkers die recht hebben op een toelage onregelmatige dienst en medewerkers die zich buiten de voor hen geldende werktijden beschikbaar moeten houden voor werkzaamheden hebben recht op 14,4 uur extra vakantie per jaar. Voorwaarde is wel dat het onregelmatige werk en de beschikbaarheidsdiensten in belangrijke mate regelmatig plaatsvinden. Jaarlijks kan de medewerker in het kader van het cafetariamodel een verzoek indienen om extra vakantieuren te kopen.
Als de werkgever erg tevreden is met het presteren of de inzet van de medewerker, kan de medewerker bij wijze van gratificatie extra verlof gegeven worden.

Verkopen vakantie

Jaarlijks kan de medewerker in het kader van het cafetariamodel een verzoek indienen om vakantieuren te verkopen.

Verlening van de vakantie

De werkgever beslist over het verlenen van de vakantie. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van de medewerker. De belangen van de dienst alsmede die van de andere medewerkers worden daarbij meegewogen. De werkgever dient opname van vakantie actief te stimuleren. De vakantie kan worden opgesplitst. Een medewerker moet wel in de gelegenheid worden gesteld ten minste 10 dagen aaneensluitend vakantie te genieten. De vakantie wordt zoveel mogelijk verleend in het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober. Wanneer dit om redenen van dienstbelang niet mogelijk is, kan de werkgever de vakantie of het aaneengesloten gedeelte verlengen met 1/3 deel.

De medewerker wordt in de gelegenheid gesteld vakantie op te nemen op officiële feestdagen, die met zijn geloof of culturele achtergrond samenhangen, niet zijnde de christelijke feestdagen.
Ook moet de medewerker vakantie kunnen opnemen ter gelegenheid van het huwelijk of geregistreerd partnerschap van nabije familie en bij zijn verhuizing.

Vakantie over aan het einde van het jaar

Om verschillende redenen kan een medewerker zijn vakantie in een jaar niet hebben opgemaakt. Als een medewerker zijn vakantie niet heeft opgemaakt:

  • op eigen verzoek;
  • als gevolg van afwezigheid tijdens ziekte;
  • als gevolg van verblijf in militaire dienst, anders dan voor eerste oefening,
    wordt de niet genoten vakantie in een volgend kalenderjaar verleend, tenzij de belangen van de dienst of de belangen van andere ambtenaren zich daartegen verzetten.

De werkgever kan een regeling vaststellen, waarin een minimum aantal uren wordt gesteld, die, wanneer ze aan het einde van het jaar over zijn, omdat een medewerker op zijn eigen verzoek zijn vakantie in een jaar niet heeft opgemaakt, zonder verzoek kunnen worden meegenomen naar een volgend jaar.

Wanneer om de hier genoemde redenen vakantie doorschuift naar een volgend kalenderjaar, mag in een kalenderjaar nooit meer vakantie opgenomen worden dan anderhalf maal het aantal uren waarop de ambtenaar jaarlijks recht heeft.
Er is een beperking aan het doorschuiven van vakantie. Uiteindelijk vervalt wettelijk verlof en verjaart bovenwettelijk verlof. De termijnen hiervoor zijn verschillend.

Vervallen en verjaren vakantie

  • Wettelijke vakantieuren vervallen

    De wettelijke vakantieuren (144 uur per jaar voor een voltijder) die in een jaar niet zijn opgenomen, vervallen 12 maanden na het einde van het kalenderjaar, tenzij de ambtenaar tot dat moment om medische redenen niet in staat is geweest deze vakantie op te nemen, of dit vanwege dienstbelang niet mogelijk is geweest.
    De werkgever kan deze termijn van 12 maanden op verzoek van de medewerker verlengen.

  • Vervaltermijn bij ziekte

    Als de medewerker te ziek is om verlof op te nemen, bijvoorbeeld omdat hij in het ziekenhuis moet verblijven, vervalt het wettelijk verlof niet.

  • Bovenwettelijke vakantieuren verjaren

    De bovenwettelijke vakantieuren verjaren 60 maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de uren zijn opgebouwd.
    De bovenwettelijke verlofaanspraken bestaan uit:

    • het aantal verlofuren dat de medewerker op 31 december 2014 nog aan verlofaanspraak had
    • 14,4 uur per jaar (voor een voltijder)
    • het aantal vakantieuren dat de medewerker heeft gekocht
    • eventuele lokale dagen

Opbouw en opname van vakantie bij ziekte

  • Opbouw van vakantie bij ziekte
    Tijdens ziekte wordt vakantie opgebouwd alsof de medewerker niet ziek is. Er is dus geen verschil in vakantieopbouw tussen de medewerker die aan het werk is en de medewerker die ziek is.
  • Opname van vakantie bij ziekte
    De medewerker kan ook verlof opnemen als hij ziek is. De werkgever mag opnemen van verlof tijdens ziekte ook stimuleren. Het verlof dat opgenomen wordt, wordt ook afgeschreven van het verlofsaldo.

Voorwaarde is dat het verlof het herstel van de medewerker niet mag schaden. Bij twijfel kan de bedrijfsarts hierover adviseren. Verlof dat om deze reden aan het einde van het jaar niet opgenomen is, vervalt niet.

Vakantie over bij einde dienstbetrekking

Vakantie-uren die de medewerker bij zijn ontslag nog over heeft (en die dus niet vervallen of verjaard zijn), worden aan hem uitbetaald. Per vakantie-uur wordt een bedrag uitgekeerd van 1/156 gedeelte van het zo nodig naar een volledige betrekking herberekende salaris van de medewerker per maand.
Op deze vergoeding worden loonbelasting, sociale premies, inkomensafhankelijke ziektekostenbijdragen en ABP-premies ingehouden. De medewerker, die ontslag wordt verleend, kan in overleg met de werkgever zijn vakantie-uren ook voor de ontslagdatum opnemen.

Intrekken vakantie

Een verleende vakantie kan worden ingetrokken wanneer dringende redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken. Wanneer de medewerker hierdoor op een dag slechts gedeeltelijk vakantie heeft kunnen genieten, worden deze uren als niet verleend beschouwd. Wanneer een medewerker als gevolg van het intrekken van de vakantie schade lijdt, wordt deze aan hem vergoed. Te denken valt hierbij aan de annuleringskosten van een vakantie.

Vergoeding gederfde voordelen

Aan een medewerker, die tijdens zijn vakantie bepaalde voordelen derft die aan zijn betrekking zijn verbonden, kan een vergoeding gegeven worden.