Individueel keuzebudget (IKB)

Algemeen

Het IKB is een budget in geld dat elke medewerker maandelijks flexibel kan inzetten voor door hem gekozen doelen.
Het IKB bedraagt 16,3%: dat is de optelsom van 6% eindejaarsuitkering, 8% vakantietoeslag, 1,5% levensloopbijdrage en 0,8% aan (omgerekend) bovenwettelijk verlof. De 6% (artikel 3:28 lid 2 sub b CARUWO) stijgt per 1 december 2017 met 0,5% en per 1 juli 2018 met 0,25%.
Het IKB is per 1 januari 2017 ingevoerd.
Het IKB sluit aan bij de wens voor meer keuzevrijheid voor de medewerker en is daarmee een stap in de richting van de modernisering van de arbeidsvoorwaarden voor de sector.

Bronnen

In het cao-akkoord is afgesproken om de vakantietoelage, de levenslooptoelage, de eindejaarsuitkering en 14,4 bovenwettelijke vakantie-uren in te zetten als bronnen voor het IKB. Lokale bronnen kunnen ook toegevoegd worden met als voorbeeld lokale sluitingsdagen die op geld worden gewaardeerd.

Doelen

Op het moment dat het IKB in werking treedt, vervallen de arbeidsvoorwaarden die de bronnen van het IKB vormen als zelfstandige arbeidsvoorwaarde.
De werknemer krijgt de volgende keuzemogelijkheden:

  • vakantie, verlof;
  • uitbetaling;
  • (onbelaste) opleiding/training;

In het kader van de WKR kan er lokaal gekozen worden om een fiets, uitruil woon-werkverkeer, vakbondscontributie etc. op te nemen als doel.

Gebruik

Een medewerker kan nog geen budget inzetten wat nog niet is opgebouwd. Hierdoor is het in januari bijvoorbeeld nog niet mogelijk om een fiets te kopen, want op dat moment is er nog onvoldoende budget. Toekomstig geld naar voren halen is niet mogelijk in het IKB, waardoor medewerkers dus alleen kunnen besteden wat al is opgebouwd.

Maandelijkse opbouw

De opbouw van het IKB vindt maandelijks plaats, van januari tot en met december van een kalenderjaar. Dit geldt ook voor de bron van het IKB die gevormd wordt door de vakantietoelage. Hierdoor vindt er ook geen uitbetaling van vakantietoelage meer plaats in mei. Wanneer een medewerker in een bepaalde maand geen keuze maakt wordt het geld van die maand gereserveerd. Het is fiscaal niet toegestaan om (een deel van het) IKB mee te nemen naar het volgende kalenderjaar. Wanneer er in december na de sluitingsdatum van de salarisverwerking nog een resterend IKB is, zal dit bij de salarisbetaling van december worden uitbetaald.

IKB over salaristoelagen

Het IKB wordt in principe opgebouwd over het geldende salaris van een ambtenaar. Dit blijkt uit art. 3:28, tweede en derde lid, CAR-UWO. Het gedeelte van het IKB wat voorheen de vakantietoelage was (art. 3:28 lid 2 sub a) wordt echter opgebouwd over het geldende salaris vermeerderd met de salaristoelagen. Hieronder vallen alleen de salaristoelagen die zijn genoemd in paragraaf 3 van hoofdstuk 3 van de CAR-UWO. De definitie van salaristoelagen is opgenomen in art. 1:1 lid 1 sub rr CAR-UWO.

Hieruit volgt dat de volgende toelagen als bron voor het IKB kunnen dienen:

  • De functioneringstoelage (3:8)
  • De arbeidsmarkttoelage (3:9)
  • De waarnemingstoelage (3:10)
  • De toelage onregelmatige dienst (3:11)
  • De buitendagvenstertoelage (3:12)
  • De toelage beschikbaarheidsdienst (3:13)
  • De inconveniententoelage (3:14)
  • De garantietoelage (3:15)
  • De afbouwtoelage (3:16)

De bronnen die voorheen bekend stonden als eindejaarsuitkering (3:28 lid 2 sub b) en levensloopregeling (3:28 lid 2 sub c) en daarnaast het gekapitaliseerde bovenwettelijke verlof (3:28 lid 3) worden alleen opgebouwd over het geldende salaris in een bepaalde maand. Hier worden de salaristoelagen dus buiten beschouwing gelaten.

Maandtabel of bijzonder tarief

Wanneer het IKB maandelijks wordt uitbetaald wordt de maandtabel toegepast. Bij andere IKB-patronen is in de meeste gevallen toepassing van het bijzonder tarief aan de orde.

Kopen en verkopen verlof

  • Kopen
    In 2017 kunnen medewerkers, naast het wettelijk verlof, via het IKB extra verlof kopen. Dit is 144 uur bovenwettelijk verlof (bij een voltijd dienstverband) met een vervaltermijn van 5 jaar. Dit is de enige grondslag in de CAR/UWO om verlof te kopen. Er is geen vrijheid om lokaal van deze regeling af te wijken.
  • Pensioen
    Onder de IKB-regeling wijzigt de pensioengrondslag niet als iemand kiest voor geld of voor verlof. Bepalend daarvoor is of de bron vóór de invoering van het IKB pensioengevend was. Wat een werknemer doet met zijn budget is niet relevant voor de opbouw van het pensioen.
  • Verkopen
    Het is op grond van paragraaf 6 van de IKB-regeling mogelijk om bovenwettelijk verlof te verkopen met een maximum van 72 uur per kalenderjaar. Dit wordt met het salaris uitbetaald. Het uitgangspunt is dat het geld dat met verkoop van verlof vrijkomt niet wordt toegevoegd aan het IKB. Bovendien kan verlof dat via het IKB wordt gekocht niet meer worden verkocht. De fiscus ziet dat als 'op oneigenlijke wijze ontwijken van het aangewezen heffingsmoment’.

Loonbeslag

Als er beslag is gelegd op het loon van uw medewerker, dan heeft deze geen vrije beschikking meer over – een deel van - het inkomen. Men heeft dan ook niet meer de beschikking over een IKB; dit budget maakt immers onderdeel uit van het inkomen waarop beslag kan worden gelegd. Medewerkers voor wie loonbeslag geldt, hebben daardoor geen keuzemogelijkheden binnen het IKB. Dit kan handmatig uitgezet worden.
Het totale inkomen geldt als grondslag voor de beslaglegging. Als een medewerker bijvoorbeeld 100 euro verdient en 20 euro IKB heeft dan is er voor het beslag 120 euro beschikbaar. Het IKB kan maandelijks worden uitbetaald, dus ook worden afgedragen aan de beslaglegger. Daarbij geldt uiteraard wel altijd de beslagvrije voet als ondergrens. Het is aan gemeenten zelf hoe ze met loonbeslag willen omgaan, per maand ter beschikking stellen of eens per jaar (defaultmoment) aan het eind van het kalenderjaar. Logischer vinden wij per maand ter beschikking stellen, er zijn immers geen uitbetaalmomenten meer in mei (vakantietoeslag) en december (eindejaarsuitkering) aangezien dit bronnen zijn van het IKB. Medewerkers kunnen nu per maand al over deze bedragen beschikken, daarnaast geeft hen dit de mogelijkheid om eerder van het loonbeslag af te komen door af te lossen.

Pensioen

Uitgangspunt is dat invoering van het IKB niet leidt tot een wijziging van de pensioengrondslag. De bronnen die worden ingezet voor IKB zijn voor een groot deel pensioengevend (vakantiegeld, eindejaarsuitkering, levensloopbijdrage). De twee bovenwettelijke vakantiedagen (14,4 uur) die worden ingezet in IKB zijn nu niet pensioengevend. Bij inzet van deze middelen in het IKB staat ABP toe om de geldelijke waardering van die twee dagen (= 0,8%) uit de pensioengrondslag te houden.
Naast dit bovenwettelijke verlof van 14,4 uur kennen gemeenten lokaal vaak nog meer bovenwettelijk verlof. Dat wordt in beginsel niet ingezet in het IKB. Op grond van hoofdstuk 3 kan de werknemer dat bovenwettelijke verlof verkopen. Deze verkoop leidt, op grond van het pensioenreglement, tot een verhoging van de pensioengrondslag.

Loongerelateerde opleidingen

Het IKB-budget kan onder meer worden ingezet voor het betalen van een loopbaangerichte opleiding. Dit geldt voor opleidingen die loopbaan gerelateerd zijn en niet door de werkgever worden betaald. Bij het vergoeden van de opleidingskosten gaat het om lesgelden, kosten van studieboeken en andere leermiddelen en de werkelijk gemaakte reiskosten voor lesbezoek.
Het is belangrijk dat de werkgever toetst of het hier daadwerkelijk gaat om een opleiding in het kader van de loopbaanontwikkeling. De CAR/UWO eist in artikel 3:29, eerste lid onder c, dat een opleiding uit het IKB kan worden gefinancierd voor zover de fiscale regelgeving dit belastingvrij mogelijk maakt.
Dit betekent dat het IKB alleen voor een opleiding kan worden gebruikt, indien er wordt voldaan aan de fiscale eisen voor studiekosten in de werkkostenregeling op grond van artikel 31a , tweede lid onderdeel d Wet Loonbelasting 1964. Wanneer een medewerker een dergelijke opleiding wenst te volgen, is het verstandig hierover in overleg te treden met de werkgever. De werkgever kan dan aan de hand van het IKB-keuzeformulier en cafetaria- of studiereglement bekijken of de opleiding voldoet aan de fiscale voorwaarden die de Belastingdienst stelt voor een opleiding.

Fiscale voorwaarden

  • De opleiding wordt niet al door een ander vergoed. Opleidingen die door de werkgever worden vergoed komen niet in aanmerking voor financiering uit het IKB.
  • De opleiding is gericht op het vervullen van een beroep in de toekomst, waarmee inkomsten kunnen worden gegenereerd. Nadere toelichting uit de jurisprudentie: de opleiding moet zijn gericht op het verbeteren van de financieel-economische positie óf het op pijl houden dan wel verbeteren van kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het verwerven of behouden van inkomen. Belangrijk is dat de studie of opleiding gevolgd wordt met het oogmerk de verworven kennis in het economische verkeer productief te maken en dat er een redelijke verwachting is dat de kennis productief gemaakt kan worden op de werkplek. Opleidingen die gericht zijn op een hobby of persoonlijke interesse kunnen niet uit het IKB gefinancierd worden, omdat niet wordt voldaan aan de fiscale voorwaarden.
  • De werkgever heeft de vergoeding verstrekt of toegezegd vóór het einde van het kalenderjaar waarin de (opleidings)kosten worden gemaakt.