Overlijdensuitkering

Wanneer een medewerker overlijdt, eindigt de betaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n)met ingang van de dag na het overlijden van een medewerker. De nabestaanden ontvangen een overlijdensuitkering.

Einde van de salarisbetaling

De aanspraak op het salaris en de toegekende salaristoelage(n) eindigt op de dag van overlijden.

Overlijdensuitkering

De nabestaanden van een overleden medewerker hebben aanspraak op een overlijdensuitkering.
Er worden twee situaties onderscheiden:

  • overlijden van een medewerker na een ongeval in en door de dienst;
  • overlijden van een medewerker in alle andere gevallen.

Overlijden na een ongeval in en door de dienst

ls de medewerker overlijdt na een ongeval in en door de dienst, hebben zijn nabestaanden recht op een uitkering die alleen in die gevallen van toepassing is: ’de overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst’. Deze uitkering komt bovenop de ‘normale’ overlijdensuitkering (zie hieronder).

Overlijdensuitkering in andere gevallen

Aan de weduwe, weduwnaar of geregistreerd partner van de overleden medewerker wordt zo spoedig mogelijk na het overlijden een overlijdensuitkering uitgekeerd. Het bedrag staat gelijk aan driemaal het laatst genoten salaris en de toegekende salaristoelage(n), tezamen vermeerderd met 8%. Op de uitkering worden geen loonheffingen ingehouden zodat het bruto bedrag netto wordt uitgekeerd.
Wanneer de medewerker geen partner had, ontvangen zijn minderjarige (pleeg)kinderen de overlijdensuitkering. Wanneer er ook geen minderjarige (pleeg)kinderen zijn en de medewerker kostwinner was voor zijn ouders, meerderjarige (pleeg)kinderen of broers en zussen, wordt de overlijdensuitkering aan hen uitgekeerd.

Uitkering bij overlijdensverzekering verrekenen

Wanneer de nabestaanden ook recht hebben op een uitkering op grond van een wettelijke verzekering tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid, wordt de overlijdensuitkering verminderd met die wettelijke uitkering. Dit geldt niet bij de overlijdensuitkering na een ongeval in en door de dienst, maar alleen voor de 'normale' overlijdenuitkering.

Dienstwoning

Wanneer de medewerker met zijn nabestaanden in een dienstwoning woonde, dan mogen de nabestaanden gedurende de maand van overlijden en de drie maanden daarna in die dienstwoning blijven wonen. Alleen wanneer het belang van de gemeente dat vereist, kan deze termijn bekort worden. Als de medewerker voorafgaand aan zijn overlijden de gemeente een vergoeding betaalde voor het gebruik van de dienstwoning, zijn ook de nabestaanden die vergoeding verschuldigd gedurende de tijd dat zijn nog in de dienstwoning wonen.