Ontslag uit tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding

Er wordt onderscheid gemaakt tussen een aanstelling of een urenuitbreiding voor bepaalde tijd en een aanstelling of urenuitbreiding voor onbepaalde tijd.

Aanstelling voor bepaalde tijd

Als de medewerker een aanstelling of urenuitbreiding heeft tot een vooraf bepaalde datum, is de medewerker van rechtswege ontslagen op de datum dat de aanstelling of urenuitbreiding afloopt.

Tijdelijk voor onbepaalde tijd

Als de medewerker een tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding heeft voor onbepaalde tijd, bijvoorbeeld in verband met vervanging wegens ziekte, kan hij worden ontslagen als de grond voor de aanstelling niet meer van toepassing is. Hierbij heeft de werkgever een opzegtermijn van:

  • drie maanden, als de aanstelling of urenuitbreiding onafgebroken 12 maanden heeft geduurd;
  • twee maanden, als de aanstelling of urenuitbreiding onafgebroken 6 maanden of langer, maar korter dan 12 maanden heeft geduurd;
  • een maand, als de aanstelling of urenuitbreiding onafgebroken korter dan 6 maanden heeft geduurd

Tussentijds ontslag

De werkgever kan de medewerker met een aanstelling of urenuitbreiding voor bepaalde tijd tussentijds ontslaan wegens een andere ontslaggrond genoemd in de CAR-UWO.

Voortzetting tijdelijke aanstelling

In twee situaties loopt de tijdelijke aanstelling niet van rechtswege af of kan de werkgever geen ontslag verlenen.

  • Indien een medewerker na afloop van zijn tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding voor bepaalde tijd, toch zijn werk blijft verrichten zonder dat de werkgever ingrijpt, komt er een nieuwe aanstelling voor bepaalde tijd tot stand met dezelfde omvang en duur.
  • Indien de tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding langer duurt dan 2 jaar, wordt de tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding automatisch omgezet naar een vaste aanstelling. Ditzelfde geldt wanneer de medewerker voor de vierde achtereenvolgende keer een tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding krijgt aangeboden, waarbij de aanstellingen of urenuitbreidingen elkaar steeds binnen zes maanden opvolgen.