Ontslag op andere gronden dan genoemd in de rechtspositie

In artikel 8:8 van de CAR-UWO is geregeld dat een ambtenaar met een vaste aanstelling  kan worden ontslagen op een bij besluit omschreven grond anders dan de overige in hoofdstuk 8 van de CAR-UWO genoemde ontslaggronden.
 
Deze ontslaggrond kan onder andere worden gebruikt in gevallen waarin sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, onverenigbaarheid van karakters of onenigheid. Volgens vaste jurisprudentie is er sprake van onverenigbaarheid van karakters indien de arbeidsverhouding verstoord is en in redelijkheid niet meer kan worden hersteld, terwijl de verstoring zodanig is dat een normale werksituatie niet meer tot de mogelijkheden behoort. 
 
In een uitspraak van de CRvB van 28 april 2005 (TAR 2005/109) ging het om een ontslag op andere gronden. De werkgever had dit ontslag vooral doen steunen op de overweging dat voortzetting van de dienstbetrekking niet langer zinvol was. Daarbij had de werkgever in aanmerking genomen dat de ambtenaar in kwestie zijn werkzaamheden wegens toenemende bezwaren tegen de inhoud van de functie had beëindigd, dat de functie inmiddels door een ander was overgenomen en dat alle pogingen om voor de ambtenaar een andere functie te vinden op niets waren uitgelopen. Verdere pogingen achtte de werkgever zinloos, gelet op de volgens hem weinig meewerkende houding van de ambtenaar en de wrijvingen die daardoor tussen partijen waren ontstaan.
De Raad kon de werkgever volgen in het oordeel dat ten tijde van het ontslag in de tussen partijen bestaande arbeidsrelatie een impasse was opgetreden waarin geen uitzicht meer bestond op het herstel van een vruchtbare samenwerking en die grondslag bood voor een beëindiging van de dienstbetrekking met toepassing van artikel 8:8 van de CAR-UWO. Dat geen sprake was van onverenigbaarheid van karakters of van onenigheid in het kader van de uitoefening van de werkzaamheden, deed hieraan niet af, aldus de Raad. Doorslaggevend was dat terugkeer in de oude functie niet in de rede lag, dat de werkgever had getracht voor de ambtenaar binnen en buiten de gemeente een passende oplossing te vinden en dat de werkgever na verloop van tijd uit de houding van de ambtenaar kon afleiden dat van verdere inspanningen geen resultaat meer was te verwachten. De Raad concludeerde dat in de arbeidsverhouding een uitzichtloze situatie was ontstaan.
 
De ontslaggrond  ‘andere gronden’ kan – zo blijkt uit laatstgenoemde uitspraak - dus ook worden toegepast in de situatie waarin de arbeidsrelatie in een impasse verkeert en er geen uitzicht meer bestaat op herstel van een vruchtbare samenwerking, ook al is geen sprake van onverenigbaarheid van karakters. Voorbeelden van uitspraken waarin eveneens sprake was van een impasse in de arbeidsrelatie zijn te vinden in TAR 2009/45 en TAR 2009/142.
 
In een uitspraak van de CRvB van 21 februari 2008 (TAR 2008/112) oordeelde de Raad dat de werkgever bij een voor de rechtspositie ingrijpend besluit als ontslag op andere gronden ex artikel 8:8 CAR-UWO, zorg dient te dragen voor (vastlegging van) gegevens die een dergelijk besluit in voldoende mate onderbouwen. Het ontbreken daarvan komt voor rekening van de werkgever.