Meerdere ontslaggronden - samenloop van ontslaggronden

In het geval de werkgever een ambtenaar wil ontslaan, zal hij uitdrukkelijk een ontslaggrond uit de CAR-UWO - daaronder begrepen de open ontslaggrond genoemd in artikel 8:8 CAR-UWO - moeten kiezen. Wanneer het feitencomplex het mogelijk maakt toepassing te geven aan twee of meer ontslaggronden dan dient het uitgangspunt te zijn dat aan de werkgever een keuzevrijheid toekomt. Deze vrijheid is aan beperkingen onderhevig. Zo zal de gedane keuze niet de grenzen van een zorgvuldige besluitvorming of een behoorlijke belangenafweging mogen overschrijden dan wel anderszins in strijd met enig algemeen rechtsbeginsel of algemeen beginsel van behoorlijk bestuur mogen komen. In een uitspraak van de CRvB van 16 april 1981 (AB 1981 nr.385) heeft de Raad dit reeds overwogen. (Zie ook de uitspraken van de Raad in TAR 1992/73 en TAR 1994/210.)
 
Indien het ontslagbesluit vervolgens op de gekozen grond geen stand houdt en wordt herroepen dan betekent dat nog niet dat het daarmee voor de werkgever onmogelijk is geworden om alsnog – met terugwerkende kracht – tot een ontslagbesluit op een andere grond te komen. Er zou een nieuw ontslag kunnen plaatsvinden op een andere grond, maar met de oude ontslagdatum. In een uitspraak van de CRvB 16 augustus 2001 (TAR 2001/155) heeft de Raad dat overwogen. Wel dient dit nieuwe ontslag de toetsing aan geschreven en ongeschreven recht te doorstaan. Wil het nieuwe ontslagbesluit niet met deze regels in strijd zijn dan is vooral van belang dat door de werknemer in kwestie sinds de gehanteerde ontslagdatum geen werkzaamheden meer werden verricht en dat de werknemer door het nieuwe ontslagbesluit niet in een nadeliger financiële positie komt te verkeren. (Zie ook de uitspraak van de Raad in TAR 2008/32).
 
Echter, bovenstaande wil niet zeggen dat de werkgever het ontslag slechts op één grond kan baseren. Indien het feitencomplex meerdere ontslaggronden mogelijk maakt dan kan de werkgever – zoals uit bovenstaande rechtspraak volgt – daaruit een keuze maken, maar hij kan aan de ambtenaar ook primair ontslag verlenen op een bepaalde grond en secundair op een andere grond. In een uitspraak van de CRvB van 29 april 2004 (TAR 2004/111) heeft de Raad dat voor het eerst toegestaan. Het ging om het geval waarin aan de ambtenaar zowel strafontslag als ongeschiktheidsontslag kon worden verleend. De werkgever verleende een ambtenaar strafontslag wegens plichtsverzuim. Subsidiair, voor het geval het ontslag bij wijze van straf mocht worden vernietigd, verleende de werkgever de ambtenaar ontslag wegens ongeschiktheid anders dan uit hoofde van ziekten of gebreken. De Raad achtte het plichtsverzuim niet ernstig genoeg voor strafontslag. De Raad overwoog dat, nu het primair gegeven ontslag geen stand hield, moest worden bezien of het bestreden besluit in rechte stand hield voor zover daarbij subsidiair ongeschiktheidsontslag was verleend. De Raad oordeelde voorts dat dat het geval was.
De Raad gaf verder geen motivering waarom hij in deze uitspraak het hanteren van een
subsidiaire ontslaggrond toestond, maar in latere uitspraken heeft de Raad het hanteren van een subsidiaire ontslaggrond wederom toegestaan (bijvoorbeeld in TAR 2005/142 en TAR 2007/78).