Pensioen

Naast sparen voor verlof kunnen met de levensloopregeling de pensioenrechten worden verbeterd. Een medewerker stort in dat geval zijn levenslooptegoed of een deel hiervan in een nieuwe of bestaande pensioenregeling. De bank of financiële instelling waar de medewerker spaart, maakt het bedrag dan rechtstreeks over aan het ABP. Er wordt op dat moment geen loonheffing en inkomensafhankelijke ziektekostenbijdrage ingehouden.

Voorwaarden extra pensioenopbouw

Wanneer een medewerker er voor kiest om zijn levenslooptegoed in de pensioenregeling te storten moet hij met een paar zaken rekening houden:

  • het pensioen moet na de storting binnen de fiscale grenzen blijven;
  • de storting dient uiterlijk op de dag voorafgaand aan het bereiken van de AOW-leeftijd van de medewerker plaats te vinden.

Pensioenopbouw over de inleg in de levensloopregeling

Alles wat de medewerker inlegt in de levensloopregeling is pensioengevend inkomen. Hierover wordt dus pensioen opgebouwd. Dit betekent dat over de inleg pensioenpremies worden ingehouden. Ook de levensloopbijdrage die de medewerker ontvangt van de werkgever is pensioengevend. Het maakt hierbij niet uit of de medewerker wel of niet deelneemt aan de levensloopregeling. Bij uitbetaling van de levensloopbijdrage van de werkgever wordt hierover direct pensioenpremie ingehouden.

Pensioenopbouw en pensioenpremie tijdens onbetaald verlof

Als een medewerker met onbetaald verlof is, gaat tijdens die periode de pensioenopbouw gewoon door. Bij verlof dat langer duurt dan drie maanden betaalt de medewerker wel zelf de premies. Hij betaalt dan dus zowel het werkgevers- als het werknemersdeel. Alleen wanneer het verlof drie maanden of korter duurt, betaalt de werkgever het werkgeversdeel van de pensioenpremie. Ook bij deeltijdverlof worden de kosten van het pensioen verrekend.

De mate van opbouw van pensioen tijdens onbetaald verlof is geregeld in het pensioenreglement. De CAR regelt de premieverdeling tussen werkgever en medewerker. Onderstaand wordt aangegeven in welke mate pensioen wordt opgebouwd, hoe de premieverdeling is geregeld en hoe de werkgever de premie kan verhalen op de medewerker.

 

  • Pensioen opbouwen
    Verlof met levensloopuitkering

  • Als de opname van het levenslooptegoed hoger of gelijk is aan 70% van het inkomen dat zou zijn genoten als de medewerker niet met verlof was gegaan, wordt de pensioenopbouw gebaseerd op het reguliere inkomen (100% opbouw dus). Dit is alleen in het eerste jaar. Daarna stopt de opbouw. De medewerker heeft dan wel de keuze om nog op te bouwen op basis van een individueel vastgestelde premie.
  • Bij een betaling uit het levenslooptegoed van minder dan 70% van het inkomen dat zou zijn genoten als de medewerker niet met verlof was gegaan, is de opbouw gelijk aan de levensloopuitkering. Ook in deze situatie geldt dat na één jaar de medewerker kan kiezen voor voortzetting van pensioenopbouw op basis van een individuele premie.
  • Premieafdracht pensioen
    • Als een medewerker onbetaald verlof opneemt (ongeacht of het wordt gefinancierd door levenloop) voor een periode korter dan drie maanden dan blijft de premieafdracht ongewijzigd. De werkgever betaalt dus 70% van de premie en de medewerker 30% (voor de FPU-premie geldt 50%-50%).
    • Als de medewerker onbetaald verlof wil opnemen voor langer dan drie maanden betaalt hij de volledige pensioenpremies zelf. Als de medewerker het verlof financiert met levenloop dan stopt de pensioenopbouw na één jaar. De medewerker kan ervoor kiezen om de opbouw voort te zetten. Hij betaalt dan zelf de volledige individuele premie.
    • Voor de pensioenvormen ANW, AAOP (arbeidsongeschiktheidspensioen) en FPU (VUT-fondsbijdrage) vindt geen opbouw plaats. Er moet wel premie worden afgedragen. Met die premie worden de uitkeringen gefinancierd van (ex)-deelnemers van het ABP die recht hebben op die uitkering. Hieraan kunnen de premiebetalers geen rechten ontlenen.
  • Verhalen premie
    Het verhaal van de premie op de medewerker kan op de volgende manieren:
    • Als de medewerker levenslooptegoed opneemt tijdens het onbezoldigd verlof kan de werkgever de pensioenpremie direct inhouden op de uitbetaling van de levensloopuitkering.
    • Als de medewerker geen levenslooptegoed opneemt tijdens het onbezoldigd verlof kan het bedrag dat de werkgever wil verhalen op de medewerker niet verrekend worden met een betaling vanuit de gemeente aan de medewerker. Er ontstaat een vordering van de gemeente op de medewerker. De gemeente dient afspraken te maken met de medewerker hoe deze vordering ingelost wordt.

Restant levenslooptegoed bij pensionering

Als een medewerker zijn tegoed uit de levensloopregeling nog niet heeft opgenomen op het moment van pensionering, wordt het opgebouwde tegoed op de dag voordat het pensioen ingaat in één keer uitgekeerd, samen met de opgebouwde levensloopverlofkorting. De werkgever houdt op dat moment de verschuldigde loonheffing en de inkomensafhankelijke ziektekostenbijdrage in.
Deze inkomensafhankelijke ziektekostenbijdrage wordt vervolgens door de werkgever onder inhouding van loon- en premieheffing vergoed.

Meer informatie