Verdeling van werkzaamheden

Lesgebonden versus niet-lesgebonden uren

Onderwijzend personeel in de kunsteducatie heeft veelal te maken met (ingeroosterde) lessen. Onderwijzend personeel kent daarom lesgebonden uren. Dit zijn alle uren waarin direct en educatief contact is met leerlingen.

Maar naast het direct geven van lessen heeft onderwijzend personeel ook niet-lesgebonden werkzaamheden. Dit zijn alle overige uren, die weer te onderscheiden zijn in drie categorieën:

  • Voorbereiding en nazorg van de lesgebonden uren.
    Hieronder valt bijvoorbeeld de inhoudelijke voorbereiding en nazorg van de lessen en de administratieve afwikkeling van de lessen/cursussen.
  • Algemene werkzaamheden.
    Hieronder valt bijvoorbeeld afdelingsvergaderingen en Voorbereiding en deelname aan open dagen.
  • Variabele werkzaamheden.
    Hieronder valt bijvoorbeeld het organisatie en voorbereiding van uitvoeringen en het reizen tussen de locaties van de instelling.

Lokale maatwerkregeling: gebruik van het sjabloon

In elke instelling voor kunsteducatie dient de werkgever een lokale regeling vast te stellen waarin de verhouding wordt vastgesteld van lesgebonden en niet-lesgebonden uren, en de verschillende soorten werkzaamheden binnen die uren.
Om gemeenten te ondersteunen in het maken van de lokale regeling heeft het LOGA een sjabloon gemaakt dat als handvat kan dienen. Aan de hand van kenmerken van de instelling en de disciplines kunnen onderdelen uit het sjabloon opgenomen worden in de lokale regeling. Maar het sjabloon is niet limitatief. Zo kunnen er instellingsspecifieke werkzaamheden zijn die niet in het sjabloon voorkomen, maar die wel in de lokale regeling moeten worden genoemd.

Voorbeeld
Muziekschool het Muziekstation bestaat uit meerdere vestigingen. In de lokale regeling van deze muziekschool wordt rekening gehouden met de reistijd die onderwijzend personeel nodig heeft om tussen de verschillende vestigingen te reizen. Onderwijzend personeel dat werkzaamheden verricht op de verschillende locaties krijgt extra niet-lesgebonden uren voor dat reizen. Onderwijzend personeel van deze muziekschool dat altijd op één van de verschillende vestigingen werkt, krijgt geen niet-lesgebonden voor reizen.

Standaard verhouding per discipline

In de lokale maatwerkregeling moet per discipline de standaard verhouding in lesgebonden versus niet-lesgebonden voor die discipline worden vastgelegd.

Voorbeeld
Binnen centrum voor de kunsten de Bühne is onderwijzend personeel werkzaam in drie verschillende disciplines:

  1. Discipline A
  2. Discipline B
  3. Discipline C

De OR en werkgever komen per discipline de volgende standaard verhouding overeen voor lesgebonden versus niet-lesgebonden uren:

Discipline

1. Lesgebonden uren

2. Niet-lesgebonden uren

Discipline A

65%

35%

Discipline B

60%

40%

Discipline C

70%

30%

Binnen de Bühne zijn de aanstellingen van het onderwijzend personeel in omvang zeer verschillend. Daarom kiezen OR en werkgever van de Bühne er voor om binnen de categorie niet-lesgebonden uren per aanstellingsomvang een uitsplitsing te maken in de subcategorieën. Die uitsplitsing is als volgt:

De verdeling van niet-lesgebonden uren over de subcategorieën

Aanstellingsomvang

2a. Voorbereiding en nazorg van de lesgebonden uren

2b. Algemene werkzaamheden

2c. Variabele werkzaamheden

Meer dan 27 uur per week

30%

30%

40%

18 tot en met 27 uur per week

35%

35%

30%

7,2 tot en met 18 uur per week

40%

40%

20%

tot en met 7,2 uur per week

47%

47%

6%

In dit voorbeeld is de verdeling van niet-lesgebonden uren over de subcategorieën voor alle disciplines gelijk. Het is ook mogelijk om elke discipline een aparte verdeling van niet-lesgebonden uren over de subcategorieën te maken.

Afwijkmogelijkheden per discipline

Naast dat de standaard verhouding per discipline wordt vastgelegd in de lokale regeling, is het desgewenst ook mogelijk om afwijkmogelijkheden per discipline op te nemen in die regeling.
Er kunnen immers individuele omstandigheden zijn waarin het onredelijk is vast te houden aan de verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden die per discipline is bepaald.
Bijvoorbeeld door rekening te houden met:

  • zeer veel of zeer weinig ervaring van het onderwijzend personeelslid, of
  • het cursustype dat het onderwijzend personeelslid geeft (groepslessen versus individuele lessen).

In de lokale regeling kunnen deze individuele afwijkingsmogelijkheden worden opgenomen. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden voordat individuele afwijking is toegestaan, moeten in de lokale regeling worden opgenomen. Deze individuele afwijkmogelijkheden bepalen samen met de verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden uren die voor de discipline van de medewerker is vastgelegd, welke verhouding voor de individuele medewerker geldt.

Voorbeeld
Voor de discipline zang staat in de lokale regeling van muziekschool De Bottel dat de verhouding 70% lesgebonden uren en 30% niet-lesgebonden uren geldt. In de lokale regeling is ook vastgelegd dat voor de discipline zang een individuele afwijkmogelijkheid bestaat voor medewerkers met minder dan 3 jaar ervaring. Die medewerkers krijgen ten koste van het aantal lesgebonden uren 5% meer niet-lesgebonden uren voor de voorbereiding en nazorg van de lesgebonden uren.
Het college stelt bij toepassing van de lokale regeling voor een medewerker met discipline zang en minder dan 3 jaar ervaring de verhouding vast op 65% lesgebonden en 35% niet-lesgebonden uren. Deze 5% extra voor niet-lesgebonden uren wordt dan geheel besteed aan de voorbereiding en nazorg van de lesgebonden uren.

Wat als er nog geen lokale regeling bestaat?

Als lokaal nog geen regeling over de verdeling van lesgebonden versus niet-lesgebonden uren is vastgesteld, dan geldt voor ieder onderwijzend personeelslid een verhouding van maximaal 65% lesgebonden en minimaal 35% niet-lesgebonden uren. Deze verhouding 65%-35% geldt dan totdat de lokale maatwerkregeling van kracht wordt.

Rol OR

Voor de vaststelling van de maatwerkregeling over de verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden uren is overeenstemming vereist tussen de werkgever en de OR. Die overeenstemming wordt via open en reëel overleg bereikt.

Meer informatie