Bezoldiging

Inschaling: welke salaristabel?

Onderwijzend personeel wordt beloond op basis van een andere salaristabel dan reguliere gemeenteambtenaren. Deze eigen salaristabel is opgenomen in bijlage IV van de CAR-UWO.

Inschaling: welke schaal?

Onderwijzend personeel wordt ingeschaald in de schaal die bij zijn functie hoort. Dat is:

  • Schaal 5 voor een balletbegeleider
  • Schaal 8 voor een docent
  • Schaal 9 voor een consulent

Als lokaal junior- of seniorfuncties ingevoerd worden, moet de waardering van die functies ook lokaal geregeld worden. Dit betekent dat junior- of seniorfuncties ingepast moeten worden in de salaristabel voor onderwijzend personeel.

Voorbeeld
In muziekschool De Luwte werkt men met juniordocenten. Lokaal bepaalt men dat deze functie wordt gewaardeerd op schaal 7 van de salaristabel voor onderwijzend personeel.

Opbouw salaristabel

De salaristabel voor onderwijzend personeel kent drie delen:

  • Het aanloopdeel. Dit deel is bedoeld voor medewerkers die nog niet voldoen aan alle gestelde eisen van ervaring, opleiding of vaardigheden.
  • Het functiedeel.
  • Het uitloopdeel. Dit deel is bedoeld om zeer ervaren medewerkers meer financieel perspectief te bieden.

Periodieke verhoging

Of een medewerker die is ingeschaald in het aanloopdeel van de salarisschaal een periodieke verhoging krijgt, is afhankelijk van de lokale regels die daarvoor worden vastgelegd. Dit geldt ook voor medewerkers die ingeschaald zijn in het functiedeel.
Voor het uitloopdeel gelden wel centrale regels. Een medewerker die twee achtereenvolgende jaren is ingeschaald op het maximum van zijn of haar functieschaal, gaat over naar het eerste uitloopbedrag van zijn schaal. Vervolgens wordt dat eerste uitloopbedrag iedere keer na twee jaar verhoogd totdat de medewerker het laatste uitloopbedrag van de schaal bereikt.

Voorbeeld
Erik is docent zang op een muziekschool. Hij is vanaf 1 april 2010 ingeschaald in functiebedrag 15 van schaal 8. Op 1 april 2012 wordt hij daarom ingeschaald in uitloopbedrag 1 van schaal 8.
Twee jaar laten volgt uitloopbedrag 2 en vanaf 1 april 2016 krijgt Erik het salaris dat hoort bij uitloopbedrag 3 van schaal 8.

Toelage onregelmatige dienst

Binnen de kunsteducatie is werken op onregelmatige tijden gebruikelijk. Daarom heeft onderwijzend personeel dat werkt op onregelmatige tijden op maandag tot en met zaterdag geen recht op een toelage onregelmatige dienst. Voor het werken op zondag bestaat wel een toelage onregelmatige dienst. Deze toelage bestaat uit 25% extra vrije tijd voor elk vol uur dat de medewerker op zondag werkt. Maar als zowel werkgever als medewerker dat willen, kan deze toelage ook in geld in plaats van vrije tijd worden verleend.

Meer informatie