Taak, bevoegdheden en werkwijze ondernemingsraad

De ondernemer en de ondernemingsraad overleggen over bedrijfsorganisatorische, economische en financiële aangelegenheden en over onderwerpen die regelingen over het sociale beleid van de onderneming betreffen.

Taak ondernemingsraad

De ondernemingsraad moet toezien op onder meer een juiste uitvoering van de arbeidsvoorwaardenregeling, de arbeidsomstandigheden en de werk- en rusttijden. De ondernemingsraad bevordert ook het werkoverleg en de betrokkenheid van de medewerkers bij organisatie van het werk. Ook waakt de ondernemingsraad tegen discriminatie, bevordert de gelijke behandeling en de inschakeling van gehandicapten en minderheden in de onderneming. De ondernemingsraad draagt ook zorg voor een organisatie van het werk dat bevorderlijk is voor het milieu

Bevoegdheden ondernemingsraad

De bevoegdheden van de ondernemingsraad zijn globaal onder te verdelen in het overlegrecht, het initiatiefrecht, het adviesrecht en het instemmingsrecht.

  • Overlegrecht

    De belangrijkste bevoegdheid van de ondernemingsraad is het overlegrecht. Dat betekent dat de werkgever met de ondernemingsraad overleg voert over 'aangelegenheden betreffende de onderneming'.

  • Initiatiefrecht

    Daarnaast heeft de ondernemingsraad het initiatiefrecht, waardoor hij ook zelf zaken aan de orde kan stellen. De werkgever moet de ondernemingsraad op grond van het informatierecht regelmatig informeren over onder andere de financiële gang van zaken.

  • Adviesrecht

    Over sommige voorstellen van de werkgever heeft de ondernemingsraad adviesrecht. Dat gaat over belangrijke voorgenomen besluiten op bedrijfsorganisatorisch, -economisch of financieel terrein. De ondernemingsraad heeft adviesrecht over de voorgenomen benoeming of het ontslag van de bestuurder van de onderneming. In gemeenten met één ondernemingsraad is dat de gemeentesecretaris. Zijn er meer ondernemingsraden dan gaat het om degene die in dat onderdeel van de organisatie de leiding heeft.

  • Instemmingsrecht

    voorgenomen besluiten over het sociaal beleid kunnen niet eerder genomen worden dan nadat de ondernemingsraad daaraan zijn instemming heeft gegeven. Dat geldt ook voor besluiten die op grond van de Arbeidsomstandighedenwet genomen moeten worden.

Werkwijze ondernemingsraad

De werkwijze van de ondernemingsraad wordt vastgelegd in het OR-reglement. Iedere ondernemingsraad moet een reglement hebben. Daarin staan afspraken over het uitroepen van een vergadering, de aanreiken van agendapunten en het voorzitterschap van de overlegvergadering. In het reglement staan ook de regels over verkiezing van de ondernemingsraad.

Overleg met de bestuurder

Het overleg met de bestuurder vindt plaats in de zogenaamde overlegvergadering. In ieder geval wordt tenminste tweemaal per jaar de algemene gang van zaken van de onderneming besproken. Andere vergaderingen vinden plaats op verzoek van de bestuurder of de ondernemingsraad.

Faciliteiten ondernemingsraad

De ondernemingsraad heeft recht op een aantal faciliteiten. Een lid van de ondernemingsraad moet zijn werkzaamheden voor de ondernemingsraad zoveel mogelijk tijdens werktijd uit kunnen oefenen (OR-werk=werk). Daardoor behoort het werk van een ondernemingsraad tot de reguliere werkzaamheden van de betreffende medewerker, maar ook van zijn dienstonderdeel. Een OR-lid heeft ten minste recht op 60 uur per jaar voor het verrichten van werkzaamheden voor de ondernemingsraad, buiten vergadertijd van de ondernemingsraad zelf en van de overlegvergadering om. Ook heeft een lid van de ondernemingsraad recht om ten minste 5 dagen scholing te ontvangen. Andere faciliteiten zijn het gebruik van vergaderruimten, kopieerfaciliteiten, computer, telefoon, secretariële ondersteuning of een ambtelijk secretaris enz.

Geschillen met de ondernemer

Het is mogelijk dat een ondernemingsraad het niet eens kan worden met de bestuurder over een voorgenomen besluit. Wanneer dat gaat over een onderwerp waarover de ondernemingsraad het adviesrecht heeft, dan kan de ondernemingsraad aan de Ondernemingskamer bij het Gerechtshof van Amsterdam om een uitspraak vragen. De Ondernemingskamer beoordeelt de zaak niet inhoudelijk, maar gaat na of de ondernemer de juiste procedure heeft gevolgd en of hij daardoor in redelijkheid zijn besluit kon hebben genomen.

Geschillen waarin de vraag aan de orde is of de wet wel juist is toegepast of als de ondernemingsraad vermoedt dat hij ten onrechte niet is betrokken geweest bij een besluit worden voorgelegd aan de kantonrechter. Dat geldt ook voor geschillen waarbij het instemmingsrecht van de ondernemingsraad een rol speelt. Voordat de kantonrechter kan worden ingeschakeld, moet de kwestie eerst aan de Bedrijfscommissie voor de Overheid worden voorgelegd. Deze tracht door een bemiddelingspoging het geschil op te lossen. Lukt dat niet dan brengt hij advies uit hoe naar de mening van de commissie het geschil opgelost zou kunnen worden.

Meer informatie

WOR artikelen

Artikel 17
Artikel 18
Artikel 23
Artikel 24
Artikel 25
Artikel 27
Artikel 28
Artikel 36
Lees de letterlijke tekst van de WOR