Werktijden en roostering

Inhoud werktijdenregeling

In de CAO 2011-2012 zijn afspraken gemaakt over modernisering en flexibilisering van de werktijden. Het CvA en de vakbonden hebben deze afspraken uitgewerkt in nieuwe regels over werktijden in de CAR-UWO. Deze treden op 1 januari 2014 in werking. De nieuwe regels geven invulling aan de behoeften van zowel werkgevers als werknemers. Ze leiden daarom tot een win-win situatie voor beiden. Voor werkgevers is flexibilisering belangrijk voor de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld voor verbetering van de dienstverlening aan de burger. Veel werknemers willen tijd- en plaatsonafhankelijk werken (‘het nieuwe werken') en ook hun werktijden meer kunnen afstemmen op hun privé-situatie.

Standaardregeling en bijzondere regeling

Er wordt een ruimer dagvenster ingevoerd dat loopt van maandag tot en met vrijdag van 7:00 tot 22:00 uur. De standaardregeling is de norm, de bijzondere regeling de uitzondering. Alle ambtenaren die zelf regelruimte hebben voor hun werktijden vallen onder de standaardregeling. Met regelruimte wordt bedoeld dat de ambtenaar (enige) vrijheid heeft bij het bepalen van zijn werktijden. Dit betekent dat zelfroosteraars onder deze werktijdenregeling vallen en niet onder de bijzondere regeling. Dit geldt ook voor medewerkers die in principe hun werktijden zelf mede kunnen bepalen maar meedraaien in beschikbaarheidsdiensten.

Onder de bijzondere regeling vallen ambtenaren voor wie de individuele werktijden eenzijdig door het college worden vastgesteld. De bijzondere regeling is de regeling zoals die gold voor deze wijzigingen. Het brandweerpersoneel behoudt zijn eigen werktijdenregeling.

De ambtenaar heeft in de standaardregeling een zekere vrijheid in het bepalen van zijn werktijden, maar niet volledig. De ene dag werkt hij meer omdat hij een deadline moet halen, dit compenseert hij door op een ander moment minder te werken. De werkgever kan wel van de ambtenaar verlangen dat hij op aangewezen momenten aanwezig of beschikbaar is. Dat is niet strijdig met de standaardregeling. De leidinggevende kan bijvoorbeeld willen dat de ambtenaar wekelijks beschikbaar is voor het afdelingsoverleg, of andere bijeenkomsten bijwoont die bij zijn functie horen.

De standaardregeling heeft als uitgangspunt dat de ambtenaar met zijn leidinggevende afspraken maakt over invulling van zijn werktijden. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling van de standaardregeling dat voor iedere ambtenaar een individueel rooster wordt opgesteld in overleg met de leidinggevende. Flexibiliteit en zeggenschap van de ambtenaar zijn sleutelbegrippen. De leidinggevende laat een deel van de “control” los. Daarvoor in de plaats komt verantwoordelijkheid van de medewerker. De ruimte die de ambtenaar krijgt, zal hij zoals het een goed ambtenaar betaamt moeten invullen.

Buitendagvenstervergoeding

De toepassing van de standaardregeling sluit niet uit dat de ambtenaar in voorkomende gevallen werkzaamheden zal moeten verrichten buiten het dagvenster. Dit kan noodzakelijk zijn uit hoofde van zijn functie, of vanwege dienstbelang. Tegenover het werken buiten het dagvenster staat een buitendagvenstervergoeding.

Er zijn twee situaties waarin een ambtenaar die onder de standaardregeling voor de werktijden valt recht kan hebben op de buitendagvenstervergoeding.

  • De eerste situatie is dat de ambtenaar werkzaamheden verricht buiten het dagvenster. De ambtenaar heeft dan recht op een buitendagvenstervergoeding; dit is een financiële vergoeding. Deze vergoeding bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren buiten het dagvenster worden ook in tijd gecompenseerd, hierover worden afspraken met de leidinggevende gemaakt. De uren die buiten het dagvenster gewerkt worden kunnen niet omgezet worden in vakantieverlof.
  • Daarnaast kan de ambtenaar die valt onder de standaardwerktijdenregeling door de werkgever aangewezen worden voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten. Wordt de ambtenaar vervolgens opgeroepen om daadwerkelijk werkzaamheden te verrichten gedurende deze beschikbaarheidsdienst dan ontvangt hij een buitendagvenstervergoeding over de uren dat hij werkt buiten het dagvenster. Verricht hij werkzaamheden op uren binnen het dagvenster dan kan hij die uren op een ander moment in tijd compenseren in overleg met zijn leidinggevende.

Hoogte buitendagvenstervergoeding

De hoogte van de buitendagvenstervergoeding is gebaseerd op de hoogte van de huidige overwerkvergoeding. Veel gemeenten vergoeden namelijk de daadwerkelijk gewerkte uren tijdens een beschikbaarheidsdienst met deze toeslag. De buitendagvenstervergoeding bedraagt op maandag tot en met vrijdag voor de uren buiten het dagvenster 50% van het uurloon, op zaterdag 75% van het uurloon en op zondag 100% van het uurloon.

Gemeenten zullen lokaal moeten afspreken onder welke voorwaarden werken buiten het dagvenster verwacht wordt, respectievelijk toegestaan is. Ook kan het college de ambtenaar die onder de standaardregeling valt om redenen van dienstbelang incidenteel verzoeken om werkzaamheden te verrichten op werktijden binnen het dagvenster die afwijken van de afspraken die hierover gemaakt zijn. LOGA partijen gaan er vanuit dat college en ambtenaar hier in principe afspraken over kunnen maken. Mochten de ambtenaar en het college hierover in uitzonderlijke situaties geen overeenstemming bereiken dan heeft de ambtenaar recht op een vergoeding voor de gewerkte uren ter hoogte van de laagste buitendagvenstervergoeding.

Lokaal te regelen

Het college stelt lokaal een werktijdenregeling vast waarbij het de regels in de CAR-UWO over de werktijden in acht neemt. In deze lokale werktijdenregeling kunnen bijvoorbeeld regels gesteld worden over bloktijden, openingstijden van het kantoorpand en de mogelijkheid om wekelijks meer te werken en uren te sparen.
De OR heeft een belangrijke monitorende rol bij het proces rondom flexibilisering van de werktijden en ziet er op toe dat afspraken tussen leidinggevenden en medewerkers binnen de kaders van de werktijdenregeling blijven. De OR evalueert jaarlijks samen met het college de gang van zaken en zij heeft de mogelijkheid verbetervoorstellen in te dienen.

Daarnaast heeft de OR een rol bij het faciliteren van flexibel werken. Indien werkgever en werknemer afspraken maken over flexibel werken, moet de werknemer daartoe ook in staat te worden gesteld. Dit kan bijvoorbeeld door het langer open stellen van het kantoor. Maar ook door het zo nodig aanbieden van faciliteiten in het kader van tijd- en plaatsonafhankelijk werken. Over deze faciliteiten en de randvoorwaarden waaronder deze worden aangeboden worden door de werkgever afspraken gemaakt met de ondernemingsraad.

Meer informatie