Aanpassing arbeidsduur, werktijden en arbeidsplaats

Wet flexibel werken

Op grond van de Wet flexibel werken heeft een medewerker het recht een verzoek in te dienen om de omvang van zijn dienstverband te verminderen of te vermeerderen. Daarnaast kan er ook een verzoek worden gedaan tot wijziging van de werktijden en arbeidsplaats. De Wet flexibel werken is direct van toepassing op medewerkers van de gemeente.

Voorwaarden

Voor de medewerker die een verzoek indient, gelden de volgende voorwaarden:

  • De medewerker moet minimaal 26 weken in dienst zijn voorafgaand aan het tijdstip van de aanpassing van de arbeidsduur;
  • Het verzoek om aanpassing moet (behoudens onvoorziene omstandigheden) ten minste twee maanden voor het tijdstip van de aanpassing schriftelijk worden ingediend (Nb. In de wetgevingsprocedure is als onvoorziene omstandigheid bijvoorbeeld genoemd: ‘de situatie dat een gezinslid onverwacht hulpbehoevend wordt en de werknemer voor diens verzorging – tijdelijk – een vermindering van de arbeidsduur nodig heeft.’)
  • In het verzoek moet het beoogde tijdstip van ingang van de aanpassing worden aangegeven en:
    1. de gewenste omvang van de aanpassing van de arbeidsduur; en/of
    2. de gewenst arbeidsplaats; en/of
    3. de gewenste spreiding van de uren.
  • De medewerker kan (behoudens onvoorziene omstandigheden) maximaal één maal per jaar een verzoek indienen.

Voor de werkgever gelden bij de behandeling van het verzoek de volgende voorwaarden:

  • De werkgever is verplicht overleg te plegen met de medewerker;
  • De werkgever moet ten minste één maand voor de aangevraagde ingangsdatum een beslissing hebben genomen. (Nb. Als er sprake is van onvoorziene omstandigheden moet de werkgever beslissen binnen 5 werkdagen (artikel 2 lid 3 jo. lid 12 Wfw). In de wetgevingsprocedure is als onvoorziene omstandigheid bijvoorbeeld genoemd: ‘de situatie dat een gezinslid onverwacht hulpbehoevend wordt en de werknemer voor diens verzorging – tijdelijk – een vermindering van de arbeidsduur nodig heeft’);
  • De werkgever moet de beslissing schriftelijk aan de medewerker meedelen. Als het verzoek niet (geheel) wordt ingewilligd dan moeten ook de redenen daarvan schriftelijk worden meegedeeld.

Wanneer de werkgever nalaat één maand voor de aangevraagde ingangsdatum te beslissen, wordt het verzoek van de medewerker als ingewilligd beschouwd. De automatische inwilliging kan – als het gaat om de werktijden en de arbeidsplaats – alleen worden herzien op grond (zwaarwegende bedrijfs- of dienst)belangen die na de beslissing zijn opgekomen. Een definitieve aanpassing van de arbeidsduur kan alleen worden herzien als de medewerker hiermee instemt.

Weigering van een verzoek tot vermindering van uren

Een verzoek om vermindering van de arbeidsduur kan geweigerd worden wanneer zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.
Hiervan is in ieder geval sprake als er problemen ontstaan:

  • ten aanzien van de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren;
  • ten aanzien van de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren;
  • op het gebied van de veiligheid;
  • van roostertechnische aard.

Weigering van een verzoek tot uitbreiding van uren

Een verzoek om vermeerdering van de arbeidsduur kan geweigerd worden wanneer zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.
Daarvan is in ieder geval sprake als:

  • dit zou leiden tot ernstige problemen van financiële of organisatorische aard;
  • er niet voldoende werk voorhanden is;
  • de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting ontoereikend is.

Weigering van een verzoek tot aanpassing van de werktijden

Een verzoek om aanpassing van de werktijden kan geweigerd worden wanneer zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.
Daarvan is in ieder geval sprake als dit zou leiden tot ernstige problemen:

  • op het gebied van veiligheid;
  • van roostertechnische aard; of
  • van financiële of organisatorische aard

Weigering van een verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats

Een verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats moet door de werkgever worden overwogen. Voor weigering van het verzoek zijn geen zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen vereist. Een afwijzing moet wel schriftelijk worden gemotiveerd.

Uitzondering voor medewerkers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt

In de Wet flexibel werken is opgenomen dat de wet niet van toepassing is ten aanzien van de aanpassing van de arbeidsduur van de ambtenaar die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Een medewerker die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, heeft daarom op grond van de Wet flexibel werken geen recht op vermindering of uitbreiding van zijn uren, maar hij kan op grond van deze wet wel een verzoek doen tot aanpassing van de arbeidsplaats of (spreiding van de) werktijden.