Vergoedingen algemeen

In hoofdstuk 19 CAR zijn alle vergoedingen vastgelegd waar de vrijwilliger aanspraak op kan maken. De bedragen van de vergoedingen zijn opgenomen in bijlage IIb en IIc van de CAR-UWO. De hoogte van de vergoedingen verschilt per functiecategorie en per activiteit. Voor enkele vergoedingen is het mogelijk lokaal een regeling op te stellen. Indien dit het geval is, wordt dit in hoofdstuk 19 expliciet genoemd. Naast hetgeen is geregeld in hoofdstuk 19 bestaat er geen mogelijkheid om lokaal vergoedingen vast te stellen.

De fiscus merkt enkele vergoedingen aan als onkostenvergoeding. Dit betekent dat over een deel van de vergoedingen geen belasting hoeft te worden afgedragen. Van de jaarvergoeding mag € 136,- belastingvrij worden verstrekt. Daarnaast krijgen officieren een onkostenvergoeding van € 2,- per activiteit die zij verrichten, uitgezonderd oefenen en cursussen ed. Voor de overige vrijwilligers geldt voor iedere activiteit een belastingvrije onkostenvergoeding van € 2,-. Voor gemeenten of veiligheidsregio’s die de werkkostenregeling hebben ingevoerd geldt deze vrijstelling niet langer. De werkgever moet bij deze organisaties kiezen welke vergoedingen fiscaal vriendelijk kunnen worden verstrekt. Aan deze verstrekking zit een wettelijk maximum verbonden. De werkgever mag meer verstrekken, maar dat is fiscaal gezien erg ongunstig voor de werkgever.