Regeling minder dan 20 dienstjaren

Rechten medewerker in een bezwarende functie met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006

  • De medewerker in de bezwarende functie die op 1 januari 2006 minder dan 20 diensjaren had, gaat op de leeftijd van 55 jaar 50% werken tegen doorbetaling van 90% van zijn bezoldiging. Hoe lang hij dit doet, is afhankelijk van het aantal dienstjaren dat hij op 1 januari 2006 had.
  • Na de periode van gedeeltelijk werken gaat de medewerker met gedeeltelijk betaald verlof. Wanneer dit moment ingaat, is afhankelijk van het aantal dienstjaren dat hij op 1 januari 2006 had. Hoeveel bezoldiging hij tijdens gedeeltelijk betaald verlof krijgt, is ook afhankelijk van het aantal dienstjaren dat hij op 1 januari 2006 had.
  • Vanaf de leeftijd van 59 jaar krijgt de medewerker onbetaald volledig verlof.

Keuzemoment


Bij het bereiken van de leeftijd van 55 jaar gaat de ambtenaar 50% werken tegen 90% van de bezoldiging.
Als aan de functie een hogere FLO-leeftijd gekoppeld was, dan gaat het gedeeltelijk werken pas op die leeftijd in. Dus, als aan de functie van een ambtenaar een FLO-leeftijd van 56 jaar was verbonden, dan gaat deze ambtenaar pas op 56-jarige leeftijd 50% werken.

Duur gedeeltelijk werken en gedeeltelijk betaald verlof en hoogte bezoldiging

De periode van gedeeltelijk werken en gedeeltelijk betaald verlof samen duurt tot het moment dat de ambtenaar 59 jaar wordt. Afhankelijk van de oude FLO-leeftijd, gaat het dus om een periode van 4, 3, 2 of 1 jaar. Daarna volgt onbetaald volledig verlof.
Hoe lang de medewerker gedeeltelijk werkt, is afhankelijk van het aantal dienstjaren dat hij op 1 januari 2006 had. Ook de hoogte van de bezoldiging tijdens gedeeltelijk betaald verlof is hiervan afhankelijk.  In schema ziet dit er als volgt uit.

Aantal dienstjaren op 1 januari 2006

Leeftijd ingang 50% werken tegen 90% bezoldiging (*)

Leeftijd ingang gedeeltelijk betaald verlof

Hoogte doorbetaling tijdens gedeeltelijk betaald verlof

Leeftijd ingang onbetaald volledig verlof

15 tot 20

55

56

80%

59

10 tot 15

55

57

78%

59

5 tot 10

55

58

75%

59

0 tot 5

55

59

--

59

(*) bij aanname FLO-leeftijd van 55 jaar.

Opschuiven keuzemoment

Een medewerker die onder dit deel van het overgangsrecht valt, mag de ingangsdatum van het gedeeltelijke werken (50% werken tegen 90% bezoldiging) telkens met een periode van een jaar op te schuiven. De medewerker moet dit een half jaar voordat hij de leeftijd van 55 jaar bereikt bekend maken. De organisatie moet hier namelijk rekening mee kunnen houden. Daarom is gekozen voor een periode van een half jaar.

Het is van belang dat de ambtenaar medisch geschikt moet zijn om langer in zijn functie door te werken. Als dit niet het geval is, dan kan hij het moment van gedeeltelijk werken ook niet opschuiven.
Er zijn vijf gevolgen van het opschuiven van het keuzemoment:

  1. Het moment van gedeeltelijk werken gaat later in.
  2. Het moment van gedeeltelijk betaald verlof gaat later in.
  3. Het moment van onbezoldigd volledig verlof schuift op.
  4. De ambtenaar bouwt langer ouderdomspensioen op, waardoor dit hoger uitvalt.
  5. De ambtenaar kan zijn levensloop later laten ingaan of hij kan ervoor kiezen om per jaar een hogere levensloopuitkering te ontvangen.

Vanaf 59 jaar gaat de medewerker met onbezoldigd volledig verlof. Ook als een hogere FLO-leeftijd dan 55 jaar gold.

Oude FLO-leeftijd van 59 of 60 jaar

Een medewerker die een functie vervult, waaraan een FLO-leeftijd was verbonden van 59 jaar of 60 jaar komt niet aan gedeeltelijk werken (50% werken tegen 90% bezoldiging) toe. Voor hem valt de leeftijd van het onbezoldigd volledig verlof namelijk gelijk met de oude FLO-leeftijd. Deze medewerkers werken dus, net als voor 2006, tot aan hun oude FLO-leeftijd door in hun bezwarende functie.