Levensloop

LET OP!
Op medewerkers die ten tijde van de eerste verstrekking werkgeversbijdrage levensloop in aanmerking kwamen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering is de informatie op deze
pagina niet van toepassing.

Duur werkgeversbijdrage levensloop

De werkgeversbijdrage levensloop wordt maandelijks uitgekeerd totdat de medewerker 59 jaar wordt en met onbetaald verlof gaat. Voor medewerkers die een voormalige FLO-leeftijd van 60 hadden, geldt dat de werkgeversbijdrage levensloop maandelijks wordt uitgekeerd tot 60-jarige leeftijd. Zij gaan immers op 60-jarige leeftijd met onbetaald verlof. Dit geldt ook voor medewerkers die ervoor kiezen om hun keuze in het FLO-overgangsrecht een jaar uit te stellen.
Ook aan hen verstrekt de werkgever de werkgeversbijdrage dus niet langer dan tot de leeftijd van 59 respectievelijk 60 jaar. Met de werkgeversbijdrage levensloop tot aan 59- of 60-jarige leeftijd kan de medewerker toewerken naar een tegoed waarmee hij na 20 dienstjaren gedurende zijn onbetaald verlof van 3 respectievelijk 2 jaar in een bruto inkomen van 70% van de bezoldiging per jaar kan voorzien. Bij minder dan 20 dienstjaren kan hij een tegoed naar rato opbouwen. Dit betekent dat ook het opbouwen van het aantal dienstjaren stopt op 59-, respectievelijk 60-jarige leeftijd. Als iemand met voormalige FLO-leeftijd van 55 jaar op 59-jarige leeftijd 18 dienstjaren heeft, heeft hij bij het volgen van het LOGA-pad een tegoed van 18/20 x 210% van zijn bruto bezoldiging opgebouwd in Loyalis Levensloop Brandweer en Ambulance.

Aanpassing werkgeversbijdrage levensloop

Loyalis bekijkt om het jaar of de werkgeversbijdrage levensloop moet wijzigen ten opzichte van twee jaar ervoor om op 59-jarige leeftijd te komen tot een levenslooptegoed van 210% van de bezoldiging. Voor medewerkers die op 59-jarige leeftijd minder dan 20 dienstjaren behalen in een bezwarende functie wordt toegewerkt naar een levenslooptegoed naar rato. Als in de berekeningen van Loyalis blijkt dat de benodigde werkgeversbijdrage levensloop minder dan 10% afwijkt van de bijdrage van twee jaar ervoor, wordt het percentage twee jaar ervoor gehandhaafd. Als er een afwijking is van meer dan 10%, dan krijgt de werkgever van Loyalis een aangepaste werkgeversbijdrage levensloop door.

Berekening hoogte werkgeversbijdrage levensloop

Voor alle medewerkers die onder het FLO-overgangsrecht vallen bepaalt Loyalis vanaf 2007 de werkgeversbijdragen levensloop. Dat gebeurt in een schaduwadministratie bij Loyalis. Daarbij gaat Loyalis ervan uit dat elke medewerker die onder dit onderdeel van het FLO-overgangsrecht valt, het LOGA-pad volgt. Of de medewerker inderdaad het LOGA-pad volgt, is niet van invloed op de berekeningen van Loyalis en dus ook niet op de hoogte van de werkgeversbijdrage levensloop.

Premie overlijdensrisicodekking

Als een medewerker kiest voor de overlijdensrisicodekking geeft Loyalis aan de werkgever door welk percentage aan werkgeversbijdrage levensloop nodig is om mét de overlijdensrisicodekking uiteindelijk toe te werken naar 210% op 59 jarige leeftijd (respectievelijk 140% op 60 jarige leeftijd). Dit percentage komt voor het grootste deel voor rekening van de werkgever, een kleiner deel is de werknemerspremie voor de overlijdensrisicodekking. Deze werknemerspremie houdt de werkgever, na toestemming van de medewerker, in op het salaris van de medewerker.
Als een medewerker de werknemerspremie voor de overlijdensrisicodekking niet van zijn salaris laat afdragen, wordt er te weinig ingelegd op de verzekering(en) van Loyalis Levensloop Brandweer & Ambulance. De garantie van 210% op 59 jarige leeftijd (of 140% op 60 jarige leeftijd) vervalt dan. Medewerkers die dus kiezen voor de overlijdensrisicodekking én het LOGA-pad willen volgen, moeten hun werkgever dus toestemming geven dat hij de werknemerspremie voor de overlijdensrisicodekking van hun salaris af kan houden.

Opzeggen overlijdensrisicodekking

De medewerker kan er op een bepaald moment voor kiezen om zijn overlijdensrisicodekking weer op te zeggen. Hij moet dan een wijzigingsformulier invullen en opsturen naar Loyalis. Een kopie hiervan moet hij bij zijn werkgever afgeven. Zo wordt de wijziging bij Loyalis verwerkt en houdt de werkgever de werknemerspremie voor de overlijdensrisicodekking vanaf dat moment niet meer in. Deze wijziging heeft overigens geen invloed op de garantie van 210% op 59 jarige leeftijd of 140% op 60 jarige leeftijd. De garantie blijft, als de medewerker het LOGA-pad blijft volgen, bestaan. Vanzelfsprekend houdt deze keuze in dat als de medewerker komt te overlijden na de datum waarop de overlijdensrisicodekking is gestopt, dat de nabestaanden niet de 90% van het saldo van de levensloop- of netto spaarverzekering uitbetaald krijgen.

Opgebouwd levenslooptegoed bij overlijden

Het LOGA heeft Loyalis Levensloop Brandweer & Ambulance samengesteld zonder overlijdensrisicoverzekering. Dat betekent dat bij overlijden van de medewerker het opgebouwde levenslooptegoed niet naar de nabestaanden gaat. LOGA heeft hiervoor gekozen omdat er bij de vroegere FLO-uitkering ook geen uitkering voor nabestaanden was. Bij overlijden hebben de nabestaanden (net als bij het vroegere FLO) recht op een nabestaandenpensioen van het ABP.
Loyalis biedt medewerkers echter wel de mogelijkheid om zelf een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten, zodat de nabestaanden een uitkering van 90% van het opgebouwde levenslooptegoed krijgen. De kosten van die verzekering komen voor rekening van de medewerker zelf maar deze worden door de werkgever direct met de salarisbetaling verrekend.

Levensloopbijdrage na overstap

Als een medewerker zijn bezwarende functie verlaat, blijft zijn ex-werkgever verantwoordelijk voor de rechten die tot aan dat ontslag uit die functie zijn opgebouwd. De ex-werkgever dient de rechten tot aan het ontslag af te kopen met een eenmalige storting aan de medewerker. De hoogte van het benodigde afkoopbedrag wordt, onder toepassing van in het LOGA overeengekomen uitgangspunten, berekend door Loyalis.

Op welke levensloopbijdrage de medewerker recht heeft na ontslag uit een bezwarende ex-FLO-functie is afhankelijk van de situatie die ontstaat na uitdiensttreding uit deze bezwarende ex-FLO-functie. Er zijn vier verschillende overstapsituaties uit de bezwarende ex-FLO-functie te onderscheiden. Namelijk, de medewerker treedt in dienst in:

  1. een andere bezwarende ex-FLO-functie (al dan niet bij de 'oude' werkgever),
  2. een bezwarende functie waar nooit FLO aan gekoppeld is geweest (al dan niet bij de 'oude' werkgever),
  3. een niet-bezwarende ex-FLO-functie (al dan niet bij de 'oude' werkgever),
  4. een niet-bezwarende functie waar nooit FLO aan gekoppeld is geweest (al dan niet bij de 'oude' werkgever).

Recht op overstap naast het recht na afkoop dat de medewerker heeft over dienstjaren uit het verleden

1. Overstap naar een andere bezwarende ex-FLO-functie Afspraken maken over de voorwaarden waaronder de medewerker in dienst treedt in de nieuwe functie. Indien de afspraken inhouden dat het FLO-overgangsrecht niet wordt voortgezet, is er recht op 2,5% werkgeversbijdrage levensloop per jaar.
2. Overstap naar een bezwarende functie waar nooit FLO aan gekoppeld is geweest Er is recht op 1,5% werkgeversbijdrage levensloop per jaar.
 
3. Overstap naar een niet-bezwarende ex-FLO-functie

Er is recht op 1,5% werkgeversbijdrage levensloop per jaar.

4. Overstap naar een niet-bezwarende functie waar nooit FLO aan gekoppeld is geweest Er is recht op 1,5% werkgeversbijdrage levensloop per jaar.