Doelgroep

Per 1 januari 2006 is het functioneel leeftijdsontslag (FLO) afgeschaft. Voor medewerkers die onder de FLO-regeling vielen is overgangsrecht afgesproken. Om onder het overgangsrecht te vallen, moet aan elk van de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • Op 31 december 2005 was de medewerker werkzaam bij een gemeentelijk beroepsbrandweerkorps of gemeentelijke ambulancedienst.
  • Op 31 december 2005 had de medewerker een functie, die op 31 december 2005 recht gaf op FLO.
  • Sinds 31 december 2005 heeft de medewerker onafgebroken een functie gehad die op 31 december 2005 recht gaf op FLO op de leeftijd van 55 jaar of ouder.

Wat het overgangsrecht in een individueel geval precies inhoudt, is vervolgens afhankelijk van:

  • Het aantal dienstjaren dat de medewerker op 1 januari 2006 had in een functie die recht gaf op functioneel leeftijdsontslag
  • Het feit of de functie die de medewerker had bezwarend is, en
  • De geboortedatum van de medewerker: is de medewerker voor 1950 of na 1949 geboren?

Zes groepen

Binnen de hiervoor genoemde voorwaarden zijn de volgende zes groepen te onderscheiden.

De medewerker in een bezwarende functie

1. geboren na 1949 met op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer
2. geboren na 1949 met op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren
3. geboren voor 1950 met FPU
4. geboren voor 1950 zonder FPU

Binnen de eerste twee groepen wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • medewerkers die in december 2006 de eerste werkgeversbijdrage levensloop hebben gehad;
  • medewerkers die in december 2006 in aanmerking kwamen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering en daarom geen werkgeversbijdragen levensloop hebben gehad. (zie kopje ' Meer Informatie')

De medewerker in een niet bezwarende functie

5. geboren na 1949 met op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer
6. geboren voor 1950 met FPU

Meer informatie