Bezwarende functie

Een bezwarende functie is een betrekking met een hoge belasting:

  • door het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten
  • en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden
  • met als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten

Deze definitie is cumulatief: een functie kan slechts worden aangemerkt als bezwarend als het aan alle criteria voldoet. Een functie is dus niet bezwarend, slechts op grond van het feit dat er piketdiensten worden gedraaid, of op grond van het feit dat er wordt deelgenomen aan de uitruk. Uiteindelijk is bepalend in welke mate de daaruit voortvloeiende werkzaamheden belastend zijn voor de gezondheid. Dit kan alleen lokaal, op basis van de plaatselijke invulling van de functies, worden vastgesteld. Het is dus aan de gemeenten zelf om lokaal vast te stellen of een functie bezwarend dan wel niet bezwarend is.

Officiers- en commandantenfuncties bij de brandweer

Sociale partners hebben geprobeerd om in de rechtspositie onderscheid te maken tussen verschillende functies. Na overleg met gemeenten en korpsen bleek echter, dat de functie en het takenpakket van officieren en commandanten sterk per korps verschillen. De sociale partners hebben er daarom voor gekozen om lokaal te laten vaststellen of het om een al dan niet bezwarende functie gaat. Er is een minimale definitie gegeven of een functie al dan niet bezwarend is.

Om vast te stellen of een functie wel/niet bezwarend is kan het onderzoek van het Coronel Instituut een handreiking aanbieden. Dat onderzoek beperkte zich tot de belasting van uitvoerend personeel, maar geeft niettemin nuttige aanknopingspunten in de vorm van belastende factoren van het brandweerwerk. Lokaal kan dan worden vastgesteld of de functie van de officier of de commandant dezelfde belastende factoren kent.
Een andere handreiking is een uitspraak van de Centrale Raad voor Beroep van 31 januari 2005 (LJN: AS3582) over het van toepassing verklaren van het (toenmalige) FLO op de functie van officier van dienst. De CRvB bepaalde:

  • dat er pas sprake is van ‘actieve deelname aan de brandbestrijding’ als het gaat om de ‘fysiek zeer belastende werkzaamheden’ die bij de daadwerkelijke brandbestrijding worden verricht, ‘zoals het – langdurig – dragen van persluchtmaskers en vasthouden van (zware) brandweerslangen, het beklimmen van ladders en het betreden van brandende percelen’;
  • dat er pas sprake is van ‘actieve deelname aan de brandbestrijding’ als het gaat om de ‘fysiek zeer belastende werkzaamheden’ die bij de daadwerkelijke brandbestrijding worden verricht, ‘zoals het – langdurig – dragen van persluchtmaskers en vasthouden van (zware) brandweerslangen, het beklimmen van ladders en het betreden van brandende percelen’;
  • dat het bij het ondergaan van een medische keuring, het volgen van opleidingen voor brandbestrijding en het meedoen aan oefeningen gaat om functievereisten en niet om functiebestanddelen;
  • dat het draaien van piketdiensten op zich geen recht op FLO gaf.